Om u de beste gebruikservaring te kunnen bieden, gebruiken wij cookies. Voor meer inhoudelijke informatie en het onderscheid die wij hier in maken, verwijzen wij u door naar ons Cookie beleid

Accepteer cookies

Een visverhaal "Amsterdamse stekels"

terug naar overzicht

Dinsdag, 23 juli 2019


Timon van der Put


Het is donker en muf. Koerende duiven schuifelen in de donkere holen van de brug. Witte sporen van uitwerpselen wijzen de weg naar hun nesten. Langzaam dobbert de boot langs de betonnen kolommen, hier en daar voorzien van een laag graffiti. In mijn rechterhand een korte verticaalhengel. Mijn linkerhand heb ik nodig om de spinnenraggen, die de weg blokkeren, opzij te vegen. Een lege jenever fles en enkele platgetrapte bierblikken zijn de sporen van een junk die hier zijn roes uitsliep. Onder ons bevindt zich een doolhof van fietsen, boodschappenkarren, half weggerotte takken, verzonken touwen en enkele scheepswrakjes. Afgetopt met een flinke laag mosselen, die regelmatig zorgt voor ergenis in de vorm van een gerafelde lijn. Rick bestuurt de electromotor met precisie. Wij bevinden ons in het hol van de snoekbaars...

Ik ken Rick al 20 jaar. Op de basisschool kwamen wij er al gauw achter dat wij dezelfde hobby hadden. Samen hielden wij spreekbeurten over de Nederlandse zoetwaterrovers. We wekten al snel de interesse van onze klasgenoten door af en toe een emmer met baarsjes te laten zien die wij in de pauze vingen. Rick heeft de mazzel dat zijn vader een gepassioneerd snoekbaarsvisser is, en werd elke zondagochtend uit zijn bed gesleept om in de vroege uurtjes op jacht te gaan. Terwijl ik een beetje aanklooide in de slootjes rondom mijn huis, ving Rick zich scheel aan snoekbaars bij zijn vader in de boot. Ik was natuurlijk erg jaloers, want een snoekbaars had ik nog nooit gevangen. Al gauw gingen wij dan ook samen op pad, want Rick zou wel even laten zien hoe dat in zijn werk ging. Vele uren en pruiken later was het uiteindelijk toch Rick die met een kromme hengel stond. Hij had ‘iets’ gehaakt aan zijn geel-zwarte driedelige plug. Die dag stonden er onder een donkere brug aan de Amstel, twee 10-jarige jongetjes rondjes te dansen om een enorme snoekbaars van ruim in de 80 centimeter.

Nu, vele jaren later, zitten wij iedere vrijdag op het water, speurend naar snoekbaars. Vele kilometers worden daarbij afgelegd door heel Nederland. Gelukkig zijn we niet vergeten dat Amsterdam ook over uitstekend snoekbaarswater beschikt. Het komt ook wel eens voor dat we maar een paar uurtjes tot onze beschikking hebben. We zitten dan maar al te graag met een emmertje aasvis onder een van de vele bruggen die de Amstel rijk is. Twee pennetjes die liggen te dobberen in het water in combinatie met een scheut frisse lucht doen een mens een hoop goed.

Links of rechts?
Het leuke van de Amsterdamse wateren is dat ze allemaal met elkaar in verbinding staan. Laten we beginnen bij de Amstel, die zijn oorsprong vindt in het zuiden van Uithoorn. Langzaam kronkelt zij richting het noorden en wordt daar opgeslokt door de grote stad. In Amsterdam vertakt de Amstel zich in de vele grachten, en moet je goed je best doen om niet te verdwalen. Als je met enig geluk de juiste weg kiest, kom je uiteindelijk op het IJ. Mocht je dan nóg niet genoeg water gezien hebben, dan kun je zowel linksaf, via het westelijk havengebied het Noordzeekanaal op, als rechtsaf, via de Oranjesluizen richting de randmeren. Kortom, enorm veel mogelijkheden! En het mooiste van dit alles is dat al deze wateren werkelijk barsten van de snoekbaars.

Eén van onze favoriete trajecten begint op de Amstel zelf. Hier wordt de boot getrailerd en we varen letterlijk van brug naar brug. Bij elke brug maken we 3 à 4 rondjes met de verticaalhengel. Meestal wordt gekozen voor een shad met redelijk veel actie. Een goede wapperstaart dus. Het idee hiervan is dat je aardig wat commotie maakt onder water. De vissen die op scherp liggen, en op zoek zijn naar een prooi, kom je zo al snel tegen. Ook valt een beweeglijke shad veel sneller op in het troebele water van de Amstel. We zijn dan ook niet bang om opvallende kleuren te gebruiken zoals fluoriserend groen of felroze. De loodkoppen liggen meestal rond de 18 à 20 gram. Zo kun je met een redelijke vaart alsnog je shad goed bij de bodem houden. Krijgen we geen actie, dan zijn de hengels alweer snel opgeborgen en varen we door naar de volgende brug. De reden dat we niet secuur elke vierkante meter uitpeuteren, is omdat we graag nog een paar uurtjes van de dag op het IJ willen vissen.

Het centrum door
Als we de eerste paar bruggen hebben afgevist, komen we dichter bij de stad. Het geeft altijd een apart gevoel om met een visboot door de grachten van Amsterdam te varen. Meestal krijg je heel wat bekijks omdat er een heel scala aan hengels en kunstaas tentoongesteld ligt. We zien er ook niet alledaags uit in ons viskloffie. Omdat iedereen naar ons kijkt, is de verleiding groot om even de gashendel open te draaien. Een enorme kick als je met 30-40 kilometer per uur door de grachten scheurt. Echter, we weten ons altijd in te houden. Om elke hoek kan namelijk een politieboot verscholen liggen. Ook is het gevaarlijk varen tussen al die rondvaartboten en toeristensloepen. Door al die drukte op het water, laten wij het vissen in het centrum dan ook voor wat het is.

Pennen
Na alle chaos van de stad zijn we wel aan wat rust toe. Ook beginnen de armen wat stijf te worden. Eenmaal op het IJ aangekomen zoeken we dan ook een rustig plekje op in de luwte. We proberen zo veel mogelijk uit de buurt te blijven van de enorme vrachtschepen die af en aan varen. Aan een rij palen wordt de boot vastgelegd. De penhengels worden tevoorschijn getoverd en al snel liggen er 4 dobbers mee te deinen op de golven. De aanbeten die je op de pen krijgt zijn, in vergelijking met het verticalen, veel schaarser. De kans dat je een grote snoekbaars vangt, ligt wel een stuk hoger als je een dode aasvis op de bodem aanbiedt. Daarom wordt de dag graag afgesloten met een paar uurtjes dobber staren. Als het goed is, zijn de aantallen al binnen en is het wachten op die ene "bonusvis". Is er amper wat gevangen, dan kan juist die ene dikke vis de dag goedmaken!

Met een schok schiet mijn pen recht overeind, om vervolgens weer langzaam te gaan liggen. ‘Vis?’ vraagt Rick. Voordat ik een antwoord kan geven speert de dobber weg en verdwijnt in het troebele water. Ik neem de parabolische hengel in mijn hand en de lijn springt van mijn molenspoel. Even valt de lijn stil. Ik maak langzaam contact en voel de massa van de vis. Dan, een ruk aan het nylon! Ik verbeeld mij hoe de aasvis nu geheel in de bek van de snoekbaars verdwijnt. De vis zwemt de lijn strak terwijl ik mijn slip voorbereid op het gevecht dat komen gaat. De top buigt lichtjes door, gevolgd door een ferme haal naar achteren. De hengel veert soepel mee met het zware bonken van de vis. Voor eventjes ben ik alleen op de wereld. De stekels van de vis glimmen in het zonlicht terwijl de camera twee keer klikt. Ze mag weer terug, en verdwijnt in de duisternis van de diepte...... 


Amsterdamse stekels

Wil je dit zelf ook eens ervaren? de AHV heeft al een dag-vergunning vanaf € 5,00. Meer informatie hierover vind je >hier<