Om u de beste gebruikservaring te kunnen bieden, gebruiken wij cookies. Voor meer inhoudelijke informatie en het onderscheid die wij hier in maken, verwijzen wij u door naar ons Cookie beleid

Accepteer cookies

Discussie over uitzetten

Uitzetten van Karper: een e-maildiscussie

Ondersteuning karperpopulatie of verstoring ecosysteem?

Inleiding
Op woensdag 21 februari 2006 stuurt Fokko Padmos een e-mail aan de overige leden van de Commissie Waterbeheer van de AHV. Kern van zijn betoog in deze mail is dat hij tegenstander is van het uitzetten van uitheemse vissoorten en om die reden onder meer het Spiegelkarperproject van de AHV ecologisch totaal onverantwoord vindt. Dan ontspint zich een enerverende, open discussie. We stappen er in bij de reactie van Joris Weitjens op de e-mail van Fokko en volgen de mailwisseling tot het einde.



Door karpervissers gewaardeerde wateren kunnen niet zonder af en toe een teiltje verse vis, vindt Joris. Fokko denkt daar anders over. Lees de discussie.

Ha Fokko,

Als initiator van Spiegelkarperprojecten (met monitoring) op boezemwateren vind ik dat ik jouw zorg/scepsis over de bestemming van de Karpers tenminste moet proberen te pareren. Als CW-er heb je natuurlijk ook recht op uitleg.
Eerst maar even `uitheems`, zoals je Karper noemt. Geen enkele bioloog met kennis van zaken zal Karper (nog) uitheems noemen. Hij is al minstens 100 jaar in Nederland dus volgens de definitie op z`n minst ingeburgerd. Karper zit al sinds de late middeleeuwen in Nederland en het is niet eens duidelijk of al die pioniers daarbij geholpen zijn door mensen. Karper is een treklustige vis van rivieren die zich bovendien in gematigd klimaat prima kan voortplanten. Is ie al geholpen dan was ie vroeg of laat zeker op eigen houtje hier gekomen.

Terwijl ik heel goed begrijp dat je tegen het uitzetten van Karper bent uit vrees dat `ze` het voor de rest van de visgemeenschap of voor de waterkwaliteit verpesten, snap ik werkelijk niet dat je juist moeite hebt met het uitzetten van Karper in open watersystemen waarvan nog steeds de gebruiksfunctie (voor mensen) primair is en de visgemeenschap dus alle trekken vertoont van voortdurende druk van menselijke activiteiten. Heb je wel eens een rijnaak door de Weespertrekvaart zien varen? Ben je wel eens blijven staan om te zien wat daarvan het gevolg is? Ik denk dat tegenover die ene rijnaak die 3 keer in de week voorbij vaart wat invloed op het onderwatermilieu betreft geen 2.000 Karpers tegenop kunnen.
Wat denk je dat het aandeel van Karper is in de biomassa aan witvis? Jou moet ook zijn opgevallen dat er tijdens al die visserijen op de Amstelboezem nauwelijks of geen Karpers naar boven zijn gekomen. Je kunt er rustig vanuit gaan dat daar tegenover elke ton Brasem circa 50 kilo Karper rondzwemt. Karper vertoont trouwens al jaren een dalende trend op open wateren. Het gevolg van betere waterkwaliteit door waterzuiveringen enz. Daardoor krijgt roofvis meer kans en daarmee Karper weer minder.

En waar leeft die Karper van? Karper eet bijna alles maar hier in de boezem eten ze voornamelijk allerhande schaaldieren enz. (De ingeburgerde Driehoeksmossel, de uitheemse Korfmossel en kreeftachtigen en Krabben die ook nog geen eeuw hier rondzwemmen. Van sommige van die soorten meent men dat ze een plaag vormen.) Bovendien woelen Karpers toch al vele malen minder dan Brasems.
En dan nog gaan we uiterst zorgvuldig te werk bij uitzettingen. Zoals je weet hebben wij als AHV het eerste Spiegelkarperproject in het leven geroepen. Eigenlijk alleen bedoeld om precies te kunnen volgen wat de gevolgen van die uitzettingen in de boezem zijn. Meten is weten. Elke Karper wordt gefotografeerd en gemeten en gewogen. Na 9 jaar blijkt dat de circa 2.000 uitgezette Karpers (op duizenden hectares aan water) het bijzonder goed doen. Ze groeien als Kool, veel harder dan op het gros van de afgesloten wateren. Dat betekent dat er in ieder geval veel voedselruimte is en daarmee kan je ook voorzichtig zeggen dat ze niet veel andere soorten in de weg zullen zitten. Het uitgangspunt van de Karperstudiegroep Nederland die deze projecten heeft geadopteerd en een eigen visie op Karperbeheer heeft ontwikkeld, is dat Karper geen belemmering mag zijn bij (beoogde) verbeteringen van de waterkwaliteit. Als je ergens Karper als onschuldig mag verklaren is dat in de boezem. Wil je al een punt scoren wat betreft Karper dan zou ik me juist druk maken om wateren als de kweekvijvers in het Amsterdamse Bos of veel parken in Amsterdam. Daar drukt (uitgezette) Karper een zwaar accent op de visgemeenschap en staan ze verbeteringen aan de waterkwaliteit mijns inziens in de weg.

Wil je wat meer weten (achtergronden enz.) dan kun je de nota Karperbeleid van de AHV lezen maar ook de Visie Karperbeheer van de KSN. Als je geïnteresseerd bent, neem ik ze voor je mee.

Vriendelijke groet van Joris



Wegen,meten, schrijven, fotograferen is weten.


Hoi Joris

Bedankt voor je reactie. Die dwingt mij echter wel om mijn mening in deze wat uitgebreider uit een te zetten. Om te beginnen vind ik het uitzetten van vis in het algemeen, of het nu om inheemse of uitheemse soorten gaat, een achterhaalde manier van visstandbeheer. De populatiedichtheid van de verschillende vissoorten wordt immers bepaald door een complexe hoeveelheid biologische, ecologische, en andere natuurlijke of onnatuurlijke factoren, waar wij als `visstandbeheerders` veel minder zicht op hebben dan we meestal denken.

Ik hoor bijvoorbeeld vaak (sport)vissers roepen dat de Aalscholver alle vis weg vreet, iets wat natuurlijk nooit gaat gebeuren, want op het moment dat de visstand merkbaar te laag wordt, is de Aalscholver niet meer in staat zijn hongerige jongen van voldoende voedsel te voorzien, en neemt de populatie snel af. Tenzij ze bijgevoerd worden door bijvoorbeeld het uitzetten van vis :-)). of het door mensen beschikbaar stellen van goed gevulde voerbakken in de vorm van viskwekerijen. De Aalscholver bestaat bij de gratie van een goede of overdadige visstand. Maar dit terzijde.

Ik ben van mening dat visstandbeheerders (hengelsportvereniging, waterschap of natuurbeheerorganisatie), als zij de visstand willen verbeteren, moeten zorgen dat het waternetwerk op het gebied van habitat, biotoop, milieu en waterbouwkundige inrichting enz. zodanig is ingericht of beschermd, dat de omstandigheden voor de ontwikkeling van een gezonde natuurlijke visstand zo gunstig mogelijk zijn. Afhankelijk van die omstandigheden bereikt iedere vissoort dan vanzelf zijn maximale populatiedichtheid. Dus ook als de omstandigheden minder gunstig of slecht zijn, ontwikkelt iedere vissoort een maximale populatiedichtheid voor dat bewuste water. In het verlengde hiervan is het dus zinloos om vis uit te zetten in welk water dan ook. Ieder ecosysteem heeft of ontwikkelt immers een evenwichtige samenstelling van vis, gebaseerd op de draagkracht van dat water. Doe je dit toch, dan gaat de uitgezette vis óf dood, óf hij zwemt weg, óf hij verdrijft andere individuen of soorten. Of het nu linksom of rechtsom gaat, er moet iets gebeuren om het evenwicht te herstellen, maar vaak gebeurt er iets anders dan degene die de vis heeft uitgezet voor ogen had. Naar mijn mening is bijna iedere visuitzetting een aantasting van het natuurlijk evenwicht.

Maar nu terug naar de Karper. In tegenstelling tot wat jij suggereert ben ik niet bezorgd over de schade die Karpers kunnen aanrichten in de door jou omschreven wateren als Weespertrekvaart of andere voor de scheepvaart belangrijke verbindingswegen. Ik maak mij zorgen om dat dit soort water deel uit maakt van open watersystemen en dus in verbinding staat met allerlei watertypen waar de soort mogelijk wel een bedreiging vormt. Zoals je zelf al aangeeft vangen wij tijdens proefvisserijen in de Amstelboezem weinig Karper. Je geeft zelf ook aan dat Karper een treklustige vis is, dus als de omstandigheden ergens niet optimaal zijn, zal hij proberen om deze gebieden te verlaten. En wie zijn wij om te bepalen dat de boezem waar wij de vis willen uitzetten aan de voor Karper optimale omstandigheden voldoet. In je eigen pleidooi in Visionair no. 2 (nov. 2006) geef je ook al aan in welke wateren (ondiepe polderwateren) de Karper voor problemen zorgt of kan zorgen. Tevens meld je dat geen enkele visstandbeheerder het in zijn hoofd zal halen om daar Karper uit te zetten. Dit zal dan ook wel niet gebeurd zijn. Feit is dat juist in dit soort water vaak veel Karper zit, en mijn vrees dat Karper vanuit de boezem hier naar toe trekt, lijkt dan ook erg aannemelijk. Lees in dit verband ook het pleidooi van Fabrice Ottburg in het zelfde nummer van Visionair. Hierin wordt zelfs aangetoond dat Karper vanuit de boezem het ondiepe water met hoge natuurwaarde bedreigd. Vanwege dit risico ben ik van mening dat Karper alleen mag worden uitgezet in afgesloten watersystemen zoals speciaal voor de hengelaar ingerichte karperputten of water zoals de Bosbaan.

Ook schrijf jij dat Karper op zijn minst is ingeburgerd, en zich prima kan voortplanten in ons gematigd klimaat. Ik zal hier zeker niet gaan beweren dat Karper niet in staat is zich hier voort te planten. maar het voortplantingssucces is in ieder geval zodanig (gelukkig), dat de soort niet in staat is gebleken een levensvatbare populatie op te bouwen. Als dit wel zo is, begrijp ik helemaal niets van het landelijke karperbeleid om jaar in jaar uit tonnen Karper aan te schaffen om de bestaande karperpopulaties op peil te houden. En om een soort die jaarlijks een dergelijke ondersteuning nodig heeft om zich te handhaven, ingeburgerd te noemen vind ik wel erg prematuur!

Ik sluit overigens niet uit dat de soort in de toekomst (klimaatverandering) deze status wel bereikt, en dit risico lijkt mij ook aanwezig met betrekking tot de Graskarper, waarover ik tot mijn verbijstering hier en daar al weer plannen tot herintroductie zie ontstaan.
Ik ben het uiteraard met je eens dat de kweekvijvers in het Amsterdamse Bos beter af zouden zijn zonder Karper. Naar mijn idee is de enige functie van Karper in Europa het behagen van de hengelsporter, waar op zich zelf natuurlijk niets mis mee is, maar in de kweekvijvers mag niet, of slechts op zeer beperkte schaal gevist worden. Toch zie ik ze liever opgesloten in een gecontroleerd klein gebied dan vrij en ongecontroleerd in het ecosysteem van Europa!

Met vriendelijke groeten
Fokko

PS.
Ik ben geïnteresseerd in de door jou genoemde achtergrondinformatie, misschien kan dat mijn zorg iets wegnemen, alhoewel ik dat niet verwacht. Ik heb volgende week echter avonddienst, dus ik ben niet in staat om de vergadering bij te wonen. Maar misschien wil Herre het opsturen evt. bijgesloten bij de notulen.



Karperuitzetting op de IJssel


Beste Fokko,


Dit is m`n laatste bod om je van de (koudwater)vrees voor onze karperuitzettingen af te helpen. Wat vooral opvalt is dat jij er van een andere kant tegenaan kijkt. Je koppelt het nut/kwaad van het uitzetten van Karper (of welke ander vis ook) uitsluitend aan het ecologisch nut of kwaad. Niet dat ik hier het ultieme argument pro Karpers uitzetten prijsgeef, maar het is wel zo dat je in een commissie van een hengelsportvereniging zit. Het nut van uitzetten van Karpers is daarmee verklaard. Ik zal je verder niet vermoeien met de vreugde van een karpervisser die zo`n uitgezette parel na 20 jaar weet te vangen, maar daar gaat het ons wel om.

Je hebt het over het verstoren van het `natuurlijk evenwicht` en dat klinkt heel goed en ook nobel om na te streven, maar is de natuur niet per definitie dynamisch? Je kunt processen onderscheiden, stadia en evolutie maar waar stilstand heerst komt dacht ik (uit)sterven. Natuurlijk gebeurt er iets met een samenhangend systeem als je er nieuwe elementen in brengt maar is dat niet `leven`, `natuur`? Volgens mij zijn wij het verdraaide snel eens over het belang van natuurlijke processen zonder dat de mens er voortdurend met z`n fikken aan zit. Zelfs Natuurmonumenten speelde met de gedachte om aalscholvereieren te schudden om de visstand te redden, terwijl beroepsvissers met overheidssteun het IJsselmeer van z`n Aal en Snoekbaars en Baars ontdoen. Eigenlijk raak je dus ook een weke plek bij me als je vindt dat je zoveel mogelijk met je tengels van `de natuur` af moet blijven. Maar dat is meer een romantisch gevoel dan m`n ratio. De ratio zegt dat de mens alom aanwezig is in onze natuur en dat spastisch doen over een superexoot als een Halsbandparkiet misplaatst is. Het is veel aardiger om rustig te zien hoe de rest daar op reageert.

Als je zegt dat een karperuitzetting een beroep doet op de veerkracht van een ecosysteem omdat alles met elkaar samenhangt dan ben ik het dus wel met je eens. Maar als dat ecosysteem een beetje gezond in elkaar zit dan zal die invloed bij de aantallen die wij plegen uit te zetten nooit groot zijn. Wat wij (Karperstudiegroep, AHV) met jou niet willen is dat zo`n uitzetting de diversiteit, (veel (vis)soorten in hetzelfde watersysteem) vermindert en wat we zeker niet willen is zo`n overkill dat Karper de dominante soort wordt. Dan moet je dus niet massaal Karper uitzetten (daar zou je zeker een punt hebben gehad) op afgesloten wateren, zoals dat 40 jaar geleden nog de normaalste zaak van de wereld was. Maar dat is grotendeels gelukkig verleden tijd. Wat je ook niet moet doen is Karper uitzetten in wateren waar zich nog geen diverse visgemeenschap heeft gevestigd. Met name een gezonde roofvisstand is heel belangrijk wil je beheer(s)baar Karpers uitzetten. De overlevingskans van karperbroed in wateren met een gezonde (jonge)snoekstand is nihil.

Waar jij vooral bang voor bent is dat Karpers vanuit de Amstelboezem poldersystemen willen/zullen bereiken en daar voor problemen zullen zorgen. Ik kan je geruststellen. Er is in de bijna 10 jaar AHV SKP waarin we (vorige week geteld) 594 terugmeldingen met foto hebben ontvangen slechts 1 keer een Spiegelkarper van ons project gemeld uit een polder. De vanger gaf echter gelijk eerlijk toe dat hij zelf deze projectkarper in de boezem had gevangen en deze op dit water had uitgezet. Er staat dan ook geen enkele polder in verbinding met de boezem. Dat kan niet want dan stroomt de polder vol. Vandaar gemalen, en er is geen Karper die door een gemaal komt, zeker niet vanuit de boezem naar beneden.
Overigens lijken Karpers het uitstekend naar hun zin te hebben in de Amstelboezem. Van wegtrekken is eigenlijk geen sprake. De olievlek die het in de eerste jaren was is al jaren stabiel en de verste meldingen (35 km van het uitzetpunt) dateren al van 2001.
Waar Karpers de keuze hebben, zoals op onze boezem het geval is, zie je trouwens overduidelijk dat Karpers gaan voor wat troebeler water, er is zeker geen binding aan (de vrij zeldzame) gedeeltes waar het water helder is en er meer onderwaterplanten zijn. Goed voorbeeld is het Noorder-Amstelkanaal vlakbij de hoofduitzetplek: het Zuideramstelkanaal. Het noordelijk kanaal loopt dood op de Amstelveense weg. Driekwart van het jaar is het doorzicht daar flink; tot ruim 1 meter terwijl het zuidelijk kanaal doorgaand, drukbevaren en driekwart van het jaar troebel is (maximaal 40 cm doorzicht). Ik zeg niet dat er nooit een Karper in het noordelijk kanaal zwemt, maar we hebben daar vandaan geen enkele terugmelding en er wordt daar überhaupt zelden een Karper gevangen. Ik zou het moeten uitrekenen, maar ik vermoed dat ruim 80% van de terugmeldingen komt van troebele watergedeeltes (doorzicht minder dan 70 cm). Enige uitzondering is de paaitijd en dat is ook precies waar jij aan refereert met de man die in Visionair de uitgezette Karpers hekelt, die tijdens de paai de kunstmatige vlotten van de Zwarte Stern torpederen. Ik denk te weten welk project dit op `z`n geweten heeft`: Net als wij een project dat slechts mondjesmaat uitzet in kanalen en rivieren (De Linge) waar de karperstand flink is achteruit gegaan. Die Karpers kunnen het boezemsysteem niet uit maar ongetwijfeld zitten daar ook enkele ondieptes die in april en mei bezocht worden door tienduizenden heftig paaiende Brasems van tegen de 60 cm en een paar teiltjes uitgezette Karpers van dezelfde lengte. De Karper krijgt de schuld, net zoals de Aalscholver (daar zijn we het roerend over eens) dat krijgt.

Dat er problemen met Karpers in polders kunnen ontstaan is zeker zo. Ik mag een karperliefhebber pur sang zijn, maar ik ben strikt tegen de bescherming van Karpers in omstandigheden waar reproductie een grote rol speelt, net zoals ik sympathiek sta tegenover de praktijk van het verwijderen van dominante brasempopulaties om het gehele ecosysteem `op te krikken`. Uiteraard dien je dat wel samen te doen met andere maatregelen. Ook met het uitdunnen van meer dan levensvatbare natuurlijke karperpopulaties in polders lijkt mij niks mis. Toch vinden natuur/waterbeheerders dat niet altijd nodig. Sterker, ineens heten die in de natuur geboren Karpers dan Wilde Karpers en worden ze beschermd! En wat dacht je van het natuurparadepaardje van vandaag: de Oostvaardersplassen. Dat is vast een ecosysteem naar jouw (en mijn) hart, maar wist jij dat het watersysteem behoorlijk wordt gedomineerd door een zichzelf prima reddende populatie Karpers. Wat denk je dat er op het menu staat van die Zeearenden daar? Voor de ogen van een groep vogelaars (waaronder mijn vader) werd daar een Karper geslagen door zo`n vliegende deur. En kortgeleden stonden er op een vogelsite verschillende prachtfoto`s van een grote Zilverreiger in de Oostvaardersplassen die twee verschillende eenzomerige Karpertjes (de een nota bene een Spiegelkarpertje) naar binnen werkt. Die Karpertjes zijn uiteraard niet uitgezet. Wellicht nazaten van Zuiderzeekarpers. "Zuiderzeekarpers"? Ja, in de zestiende eeuw was Karper een veelgevangen vis aan de oevers van de door rivierinvloeden brakke tot zoete kusten van de Zuiderzee.

Dat zijn wat voorbeelden van zichzelf in stand houdende populaties. Denk ervan wat je wil. Toch is de tendens zoals ik in m`n eerste mailbericht al zei dat de Karper op z`n retour is en dat zal ie blijven ook, zolang er werk gemaakt blijft worden van het terugdringen van meststoffen enz. Vrij abrupt houdt dan de reproductie van Karper (net als in mindere mate van Brasem trouwens) op en stort zonder uitzettingen de karperstand volledig in. In de afgelopen dertig jaar heb ik naar schatting 3 van de 4 wateren waar Karper een behoorlijke plaats innam, zien veranderen in wateren waar nauwelijks nog een Karper rondzwemt. Ik vind dat persoonlijk niet erg.
Juist in deze karperarme watersystemen laat de Karper zien hoe hij tot volle wasdom kan komen en lengtes en gewichten haalt die hij in overbezette wateren nooit zal halen. De meeste karpervissers zien nu eenmaal het liefst mooie, grote en gezonde Karpers.

Wat wij natuurlijk niet leuk vinden is als de Karper volledig verdwijnt. Inderdaad gaan we met onze karperuitzettingen tegen `de natuur` in door te voorkomen dat bestanden verloren gaan in wateren waar de vis nu al niet meer dan een marginale rol speelt in het ecosysteem. Noem het wat mij betreft cultuurbehoud om deze bestanden niet te laten uitsterven. Evengoed kun je er van verzekerd zijn dat we met ons verfijnde monitoringssysteem van fotograferen, meten en wegen precies weten waar we mee bezig zijn en dat we uit eigen belang (hoe minder Karper, hoe groter ze worden) en uit een breder belang (een diverse visstand biedt meer mogelijkheden dan alleen voor een karpervisser) graag meewerken aan het verbeteren van de waterkwaliteit.


Vriendelijke groet van Joris



Snelle groei karper wijst op veel ruimte in het ecosysteem


Beste Joris


Ook ik zal je voor de laatste keer er van proberen te overtuigen dat het niet juist is om dieren in het algemeen, en exoten in het bijzonder, in de vrije natuur los te laten. Juist omdat wij in deze discussie vanuit een ander perspectief redeneren, zullen we het wel nooit echt eens worden, maar toch nog maar een poging.

Terwijl jij mij van mijn (koud)watervrees voor Karper probeert af te helpen, ben ik na het lezen van jouw verhaal nog meer overtuigd geraakt van de onzinnigheid van karperuitzettingen. Op zich vind ik het al behoorlijk verontrustend dat een hengelsportvereniging de wettelijke bevoegdheid heeft om behoorlijk ingrijpende maatregelen in de natuur te mogen nemen, met als belangrijkste doel of nut het hengelplezier van zijn leden te verbeteren (je gehoopte ultieme pro Karper argument). Ik begrijp heus wel dat een hengelsportvereniging geen natuurbeschermingsorganisatie is, maar veel leden zijn waarschijnlijk behoorlijk begaan met de natuur. Dus zij zullen hopen dat aan het uitzetten van vis, en zeker uitheemse vis (Karper) een goed en breed onderzoek naar de ecologische effecten van deze ingreep is vooraf gegaan. Uit jouw verhaal maak ik op dat er vooral Spiegelkarper wordt gefotografeerd, getraceerd en gemeten, en dat jullie je dus voornamelijk richten op het welzijn van de exoot. Ik lees uiteraard ook wel dat er niet willekeurig wordt uitgezet, en dat er wel degelijk wordt gestreefd naar zo min mogelijk negatieve effecten: ik twijfel ook niet aan de integriteit in deze. Maar toch zou ik graag het wetenschappelijk onderzoek willen inzien waarin de ecologische effecten van het uitzetten van Karper in kaart worden gebracht. Ik hoop in ieder geval dat dit is gedaan. Want ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat de aanwezigheid van Karper een behoorlijk negatieve invloed heeft op soorten als Grote en Kleine Modderkruiper, Ruisvoorn, Bittervoorn enz.

Deze discussie doet mij namelijk in toenemende mate denken aan de oude fazantendiscussie tussen jagers en natuurbescherming. Gekweekte Fazanten worden uitgezet en bijgevoerd voor de plezierjacht, terwijl de soort zonder deze hulp schaars wordt. Sinds er een wettelijk verbod is op uitzetten en bijvoeren, verdwijnt de exoot (Fazant) geleidelijk uit de duinen en worden de ecologische effecten van de afname van deze soort pas duidelijk. In dit geval een duidelijke toename van de beschermde en bedreigde Zandhagedis, en als gevolg hiervan een toename van de Grauwe Klauwier. Terwijl jagers zich vroeger in allerlei bochten en kronkels draaiden om deze exoot als inheemse soort geaccepteerd te krijgen, was Staatsbosbeheer druk bezig met beheersmaatregelen om te voorkomen dat de Zandhagedis en de Grauwe Klauwier uit de Nederlandse natuur zouden verdwijnen. Ook hier dus een duidelijk geval van ondoordacht handelen met betrekking tot het uitzetten van exoten in het verleden.

En dan de wetgeving. Het uitzetten van welke diersoort dan ook is volgens de Flora en Faunawet art. 14 ten enen male verboden. En terecht. Alleen onder strikte IUCN-regels kan er een uitzondering worden gemaakt, bijvoorbeeld ten behoeve van herintroducties van uitgestorven dieren. Exoten uitzetten is altijd verboden, daar kan zelfs geen uitzondering voor worden gemaakt. En dit is natuurlijk niet zonder goede redenen besloten!!

Artikel 14
1. Het is verboden dieren of eieren van dieren in de vrije natuur uit te zetten.
2. Het is verboden planten behorende tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen soorten in de vrije natuur te planten of uit te zaaien.

3. Het is verboden planten of dieren, behorende tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen soorten, onder zich te hebben, binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen, te koop te vragen, te kopen of te verwerven, ten verkoop voorradig of voorhanden te hebben, te verkopen of ten verkoop aan te bieden, te vervoeren, ten vervoer aan te bieden of af te leveren, te gebruiken voor commercieel gewin, te huren of te verhuren, te ruilen of in ruil aan te bieden.

4. Krachtens het tweede en derde lid kunnen slechts worden aangewezen soorten die een gevaar kunnen opleveren voor het voortbestaan van beschermde inheemse dier- of plantensoorten of die aanmerkelijke verslechtering kunnen veroorzaken van omstandigheden die voor het voortbestaan van die soorten noodzakelijk zijn.
5. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor het uitzetten van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen vissoorten, waarop de Visserijwet 1963 van toepassing is.

Het is voor mij dan ook volkomen onbegrijpelijk waarom er in deze wet een uitzondering wordt gemaakt voor vissen. Het uitzetten van vissen, en zeker exoten, is natuurlijk niet minder schadelijk dan van welke andere dieren of planten dan ook. Ongetwijfeld zal deze dwaling van de wetgever wel weer te maken hebben met economische belangen van in dit geval de beroepsvisserij!
M.b.t. visstandbeheer blijf ik dus bij mijn mening dat je dit hoogstens zou moeten doen door procesbeheer, voorwaarden scheppen voor de natuurlijke ontwikkeling van een gezonde visstand. Het uitzetten van vis zal een hengelsportvereniging wel willen, maar het zou niet moeten mogen. Een natuurbeheerder zal het niet eens moeten willen.

Ik ben er ook niet van overtuigd dat het uitzetten van Karper in de boezem tot de boezem beperkt blijft, zoals jij stelt. Een volwassen Spiegelkarper zal inderdaad niet door een gemaal heen komen, maar voor kuit of karperbroed, en jonge vis tot een bepaalde grootte, zullen de gemalen geen belemmering vormen. Ook schrijf je dat je het boeiend vindt om de dynamiek van de natuur in werking te zien (rustig zien hoe de natuur reageert op een ingreep), maar dat is niet wat de Karperstudiegroep doet. Want als deze dynamische processen er geleidelijk aan voor zorgen dat de Karper verdwijnt uit water waar jullie ze graag hebben, wordt er onmiddellijk opnieuw uitgezet (verstoord). Op water waar de Karper graag verblijft en problemen veroorzaakt, en waar de studiegroep ze juist niet wil hebben kunnen ze worden verwijderd. Er ontstaat dus de onzinnige situatie dat de leden van onze hengelsportvereniging samen met de waterschappen betalen en ook streven naar een verbeterde waterkwaliteit (het terugdringen van meststoffen) en tegelijkertijd hun contributie betalen voor het steeds maar weer aanschaffen en uitzetten van een vissoort in water wat door hun eigen inspanningen niet voldoet aan de eisen van deze vissoort (te weinig eutroof) Gekker kunnen we het niet maken.

Ik ben het uiteraard met je eens dat de Oostvaardersplassen een natuurgebied is van zeer groot belang, ik kan alleen niet geloven dat jij het serieus meent als je schrijft dat de daar aanwezige dominerende karperpopulatie een pre is voor dit gebied. De Zeearend is een opportunistische soort en profiteert dus van het voedsel dat voorhanden is. Als het de beheerders was gelukt de Karper buiten dit ecosysteem te houden, had hij gewoon Ruisvoorn, Zeelt of Snoek gegeten, terwijl hij dan hooguit wat concurrentie had gehad van de dan daar ook broedende Visarenden. Deze zichtjager heeft namelijk helder water nodig, dat niet is verpest door woekerende en wroetende karperpopulaties. En dan heb ik het nog niet eens over de veel betere biodiversiteit die zonder Karper zou zijn ontstaan. Maar dat realiseer jij je volgens mij ook wel.

Ik begrijp best wel dat een hengelsporter heel veel plezier kan beleven aan het vangen van een Karper, Ook bij mij stroomt de adrenaline door mijn lichaam als een prachtige Ruisvoorn van meer dan 40 cm mijn broodkorst of Vlieg probeert te pakken of heeft gepakt, en dat gevoel is ongetwijfeld vergelijkbaar met het vangen van een Karper. Ik ben dan ook naast een enthousiast natuurliefhebber af en toe ook sportvisser. Maar ik blijf van mening dat het beter is om op de vissoort te vissen die in het gebied dat je bevist thuis hoort. Als ik een Regenboogforel of Steur wil vangen ga ik naar Noord Amerika, wil ik een Masheer vangen dan ga ik naar India. Voor Ruisvoorn, Zeelt of Snoek blijf ik in Nederland en voor Karper zou het goed zijn geweest als ik daarvoor naar Azië had gemoeten!! Ik ben realistisch genoeg om te begrijpen dat de Europese natuur nooit meer van zijn Karpers afkomt, maar wil hierbij toch zeer stellig pleiten voor het onmiddellijk beëindigen van de in de ogen van vele natuurliefhebbers onverantwoordelijke karperuitzettingen. Want behalve het door mij genoemde art 14 van de Flora en Faunawet, zijn er nog veel meer wettelijke kaders die het uitzetten van Karper niet ondersteunen. Zoals de Gezondheids en Welzijnswet voor Dieren, het Binnenvisserijbesluit en het Biodiversiteitsverdrag Rio de Janeiro; voor dit laatste verwijs ik nogmaals naar het pleidooi van Fabrice Ottburg in Visionair no.2 van november 2006.

Ik hoop dat ik met deze discussie mijn standpunten voldoende heb kunnen duidelijk maken, en ook dat ik enig begrip binnen de commissie heb kunnen opbrengen, ondanks dat ze kritisch ten opzichte van het gangbare beleid van de hengelsport zijn.

Met vriendelijke groeten
Fokko Padmos

PS
Ik zou het ten zeerste op prijs stellen, maar ook zeer wenselijk achten, als nu aan het einde van deze discussie, het bestuur van onze vereniging, zijn of haar mening over de zaken die aan de orde zijn gekomen, in een soort slotwoord kenbaar zou willen maken. Daarna kan het wat mij betreft op de site geplaatst worden.



In de paaitijd begeeft karper zich in helder water.


Naschrift van het AHV-bestuur

Kennis van Goed en Kwaad geeft veel problemen.
In de geschiedenis van de mensheid zijn, naar wij weten, twee oplossingen gevonden.

De ene heet splitsing. Iemand of een groep maakt uit wat goed is en wat kwaad. Vervolgens wordt het goede boven het kwade verheven. Zo ontstaan goede en slechte mensen: wij en die anderen. Dat is heel vervelend omdat de slechten natuurlijk WEG moeten.

De andere oplossing heet polariteit. Die vind je in Oosterse opvattingen. Daar zijn goed en kwaad aspecten van één werkelijkheid. Alles heeft zowel goede als slechte kanten. Het doel van de Wajangvoorstelling op Java is nadrukkelijk het Kwade in balans te brengen met het Goede. Hier accepteert men dat in ieder mens zowel goede als kwade kanten aanwezig zijn.
En wat dacht je van Cruijffs: “Elk nadeel hep se voordeel?”

Nu de discussie tussen Joris en Fokko. Een uitgebreide, waardige discussie waarin elk van de deelnemers zijn gelijk naar voren heeft gebracht. Het bestuur kreeg het verzoek een voorkeur uit te spreken. Wie heeft gelijk, waarvoor kiest het bestuur?

Ook binnen het bestuur leven verschillende voorkeuren, we kunnen natuurlijk stemmen tellen. Dan wint de sterkste groep van dat moment. We zijn van mening dat we op die manier niet met tegenstellingen binnen onze club moeten omgaan.

Want tegenstellingen kunnen bijzonder nuttig voor een vereniging zijn.
Tegenstellingen - of polariteiten - kunnen veel energie opwekken. Vergelijk het met een accu: als de polen niet ongelijk geladen zijn, is het een onbruikbaar ding. Dus, onze keuze is: bemin de polariteiten!!

Hoewel we als bevorderaars van visplezier meewerken aan het uitzetten van Karpers, zijn we ook voor biodiversiteit. En dat geldt niet alleen in het water of elders in de natuur, maar juist binnen onze vereniging. We willen zelfs graag méér diversiteit. Niet alleen ‘karperbazen’, maar ook snoekbaarzers, snoekvissers, witvissers, baarsvissers en wat niet al.

We zullen heel trots zijn als we ook een paar heel strenge ecologen in ons midden hebben die zonder ophouden de anderen de spiegel voorhouden; tegen de eenzijdigheid.

We zullen daarentegen bijzonder bedroefd zijn als iemand, omdat hij een andere mening is toegedaan, besluit de discussie en wellicht zelfs de club te verlaten.

We zijn blij met onze eigen opponenten, ook al is het soms knap lastig ze op waarde te schatten. Want juist een niet aflatende discussie brengt de waarheid dichterbij.



Toekomstig cultuurmonument of verstoorder van ecosystemen en visgemeenschappen?