Om u de beste gebruikservaring te kunnen bieden, gebruiken wij cookies. Voor meer inhoudelijke informatie en het onderscheid die wij hier in maken, verwijzen wij u door naar ons Cookie beleid

Accepteer cookies

Een visverhaal "De rivierkreeft heeft 't"

terug naar overzicht

Donderdag, 11 juli 2019



                                               Marcel de Ruyter


DE RIVIERKREEFT HEEFT 'T !


Het is zaterdagochtend en ik heb afgesproken met mijn maat Elmer om even te gaan struinen, met allerhande kunstaas, langs één van de mooie kanalen die Amsterdam rijk is.
Ik heb mezelf voorgenomen niet teveel moeite te gaan doen om een visje te verschalken en wil dus niet teveel materiaal meenemen. Daarom besluit ik me te gaan richten op de dropshot-techniek. Een ‘dodelijke’ montage voor vele soorten roofvissen, maar die eigenlijk voornamelijk wordt toegepast voor het vissen op baars en snoekbaars.

Lekker simpel
Deze keer kies ik niet voor mijn speciale dropshothengel met zeer gevoelige top, maar voor een iets harder model baitcaster in combinatie met een reel. Mocht het niets worden met het dropshotten dan kan ik snel van tactiek veranderen en dezelfde hengel toepassen in combinatie met ander kunstaas. Wat kan vissen toch simpel zijn! Binnen ‘no time’ heb ik een dropshot-montage geknoopt van 30/00 fluorcarbonlijn en de wormhook voorzien van een… Ja, wat gaan we nu eens kiezen?

Keuze te over, maar wat mee te nemen? Stel dat ze geen zin hebben in een worm of een shad met een v-staartje? Dan moet je toch weer iets heel anders proberen. En is het geen shad, dan is het wel weer een plug! Om te beginnen besluit ik eerst te kijken of er baars zit op de stek en kies daarom voor een klein model Fin-S shad in een felle, groene kleur. Vaak een topper voor baars, maar na een dik half uur vissen zonder enig succes begin ik toch te twijfelen. Na nog een aantal modelletjes te hebben geprobeerd, zonder succes, valt mijn oog op een zakje imitatie rivierkreeften die ik nog niet zolang geleden uit Amerika heb laten overkomen. Wel een mooie gelegenheid om deze eens uit te proberen. Ooit ving ik een dikke 80+ snoekbaars die werkelijk meerdere kreeftjes uitspuugde na te zijn onthaakt. En ook een dikke 40+ baars in het Amsterdam Rijnkanaal waarbij ik hetzelfde meemaakte. En ook snoek! Ja, ook snoek!

Toeval?
Op een mooie nazomerdag ving ik eens aan een imitatie kreeftje een dikke metersnoek die vol overgave voor het kunstaasje op het loodkopje ging. Toeval? Wie zal het zeggen? Maar gezien mijn eerdere ervaringen heb ik het vermoeden dat een rover vast wel weet wat een rivierkreeft is. En het zal niet alleen een smakelijke prooi zijn, maar ook een makkelijke prooi.
Met dit idee in mijn achterhoofd prik ik het imitatie kreeftje achterstevoren op de haak, zo zwemmen rivierkreeften nu eenmaal. Vanuit mijn ooghoek zie ik een paar palen langs een brugwand staan, een prima plek. Eerst maar eens tussen de palen proberen dan. Ik laat de boel zakken en draai mijn lijn strak, vervolgens een verticale beweging om het aasje verleidelijk zijn werk te laten doen. ‘BAF!’ Geen extreem harde klap op de top, maar een beheerste en doffe dreun, ‘BAF!’ Met een korte, subtiele beweging uit de pols zet ik de haak en iets groots komt in beweging. In het heldere water zie ik al snel dat ik met een flinke snoek te maken heb. Met zweetdruppels op mijn voorhoofd kijk ik toe of de haak wel gunstig zit in de bek van de snoek, ik vis immers zonder stalen onderlijn en de tanden van een snoek zijn vlijmscherp. Gelukkig gaat alles goed en binnen enkele minuten ligt er een prachtige snoek in het rubberen landingsnet. Even snel onthaken en het meetlint erop. ‘Zo hé! 96,5 cm!’ En dat op de kreeft! Toch weer op de kreeft!
Na de snoek netjes in het water terug te hebben gezet, neem ik de tijd om mijn fluorcarbonlijn te controleren. Wonderbaarlijk genoeg geen schade en dus maar weer snel door vissen. Nog onder de indruk van de gebeurtenis maak ik een worp richting een tweede rijtje palen, meer in het midden van het kanaal. De boel raakt de bodem en ik draai wederom mijn lijn strak: ‘BAF!’ Nee, dit kan toch niet? Alweer een vis? Ook ditmaal probeer ik de vis rustig te drillen, maar deze snoekdame gaat hier niet mee akkoord. Volledig uit het water, maakt zij dansende bewegingen op haar staart en woest kopschuddend trakteert zij Elmer en mij op een angstaanjagende, maar prachtige show. Mijn vader vertelde mij altijd; ‘Rustig aan drillen, dan breekt het lijntje niet’, en met dit advies in mijn achterhoofd lukt het om ook deze snoekdame veilig te landen. Een prachtige tachtiger als resultaat.

96,5 cm op de imitatie rivierkreeft!

De montage
Iedereen heeft het tegenwoordig over dropshotten, maar wat voor materiaal heb je hiervoor nodig en hoe maak je de montage? Ikzelf gebruik graag een baitcaster van 2 meter met een werpgewicht van ± 30 gram. Hierop zit een klein type werpreeltje opgespoeld met 12/00 gevlochten lijn. Belangrijk is dat de hengel niet te slap is en dat deze een gevoelige top heeft.
Soms voel je de aanbeet namelijk bijna niet en wordt het aasje letterlijk geïnhaleerd. Verwacht ik echter veel baars, dan gebruik ik altijd een lichtere dropshot hengel. Voor snoekbaars en baars voldoet een fluorcarbonlijn van 30/00 uitstekend. De gehele montage is nooit langer dan anderhalve meter en de loodjes die ik gebruik variëren van 3 tot 10 gram. Fluorcarbon is stug en ontzettend sterk, echter voor snoektandjes, tijdens een lange dril, niet altijd even geschikt. Wel een voordeel van de dropshotmontage is dat negen van de tien keer de haak keurig voorin de bek zit en de lijn dus niet in contact met de snoektanden komt. Verwacht je echter geregeld snoek, dan is het aan te raden om voor een iets zwaardere fluorcarbonlijn te gaan. Ik gebruik hiervoor graag Berkley Vanish in de dikte 37/00. Om de snoektandjes van de fluorcarbonlijn weg te houden, is het slim om een haak te gebruiken met een lange steel. Die haak rijg je vervolgens door het kreeftje, net zoals je een shad op een jigkop bevestigt. De knopen die ik gebruik zijn vrij simpel. Om de hoofdlijn met het fluorcarbon te verbinden gebruik ik altijd de Albright knoop. Om de haak aan de lijn te bevestigen is de Palomar knoop wellicht de bekendste. Beide knopen worden uitgebreid beschreven op internet. Doorgaans monteer ik de haak zo’n 30 cm boven het loodje, maar soms is hoger of lager juist beter al naar gelang de diepte waar de roofvis aast.



Experimenteren
Na mijn ervaringen ben ik meer gaan experimenteren met imitatie kreeftjes en de praktijk laat mooie resultaten zien. Ik weet zeker dat een rivierkreeft herkenbaar is voor vele roofvissen en dat zij soms bewust hierop jagen. Sinds het opkomen van de dropshot-methode zijn mijn vangsten in combinatie met rubberen kreeftjes zelfs toegenomen. Zeker iets om te gaan proberen dus. Ik hoef het niet meer te proberen, ik ben al overtuigd. De rivierkreeft heeft het!



De rivierkreeft heeft 't