Om u de beste gebruikservaring te kunnen bieden, gebruiken wij cookies. Voor meer inhoudelijke informatie en het onderscheid die wij hier in maken, verwijzen wij u door naar ons Cookie beleid

Accepteer cookies

Een visverhaal "Zoals het ooit begon"

terug naar overzicht

Donderdag, 27 juni 2019


Tsak Kin Man

Zoals het ooit begon… - Tekst: Tsak Kin Man

Peuteren

Wie weet nog hoe hij ooit is begonnen met vissen? Ik wel. Als vierjarige kleuter kreeg ik voor het eerst een bamboehengel in mijn handen gedrukt. Samen met mijn ouweheer gingen we witjes tikken. Geen poespas, tienhonderdste lijntje, een licht dobbertje van 0,3 gram, paar loodjes, even peilen, twee ballen lokvoer erbij en een haakje maat veertien met een pluimpje wit of een paar maden erop geprikt. Al snel ving ik mijn eerste voorntjes en begon het vissersbloed in mij te borrelen. Soms kwam er zelfs een heuse brasem uit, toentertijd in mijn ogen een reusachtige vis.

Nu dertig jaar later is er een hoop veranderd, ook in mijn visserij. Tegenwoordig gaan bijna altijd de beetmelders, een rodpod en de twee-driekwart karperstokken mee en wordt er fanatiek gejaagd op karper. De Cyprinus carpio heeft mij al jaren compleet in zijn ban. Al struinend met de penhengel op zoek naar nieuwe stekken, het uitdenken van voercampagnes, aas voorbereiden en plannen van vissessies. Het gebeurt niet vaak, maar tussen al dat karpergeweld door loop ik soms vast of ontbreekt het mij volledig aan inspiratie. Heel soms komt de sleur erin, het dag en nacht bezig zijn met karpervissen eist dan even zijn tol. Als dat gebeurt, dan herinner ik mij de mooie tijden van weleer en ga ik een uurtje ouderwets pielen met een paar sneetjes wit brood en een bakje maden. Gewoon lekker simpel, even mijn koppie leeg vissen en genieten terwijl ik terug denk aan de eerste vislessen van pa. Zoals het ooit begon dus.

Layos
De bamboehengel heb ik inmiddels ingeruild voor het opgeknapte splitcane stokkie van mijn ouwe heer. Tijdens het opruimen van de garage vlak na zijn overlijden stuitte ik toevallig op drie kale delen dunne bamboe stokjes. Alleen het topoogje zat er nog op, de overige ogen ontbraken en het achterste deel miste een handvat. Ik nam het mee en legde het thuis op zolder. Ik had er totaal geen benul van dat ik een oud splitcane hengeltje in mijn bezit had. Jarenlang borrelde de wens om de stokjes op te laten knappen, gewoon voor het gevoel dat hiermee een stukje van papa weer tot leven zou komen. En dat ik de mooie momenten die we samen aan de waterkant meemaakten zou laten herleven. Alleen wist ik niet waar ik terecht kon! Tot ik een aantal jaren later na een tip van mijn vismaat bij Layos terecht kwam. Deze oude baas heeft gouden handjes. Hij toverde de hengel om tot nieuw. Alle drie de delen waren helemaal schoon geschraapt en opnieuw gelakt. Het zeskantige hengeltje was voorzien van goudkleurige ogen met brandweerrode wikkels en het achterste deel afgemaakt met een kurken handvat. ‘Wist je dat dit een splitcane hengeltje is en het handvat eraf gehaald kan worden?’ En inderdaad, door het handvat om te keren was de vlokhengel opeens een vliegenlat, heel bijzonder. Na het bezoek ging ik uiteraard meteen op pad. Een paar maden op het haakje en ‘hophop’, terwijl de splitcane nog stonk naar de verse lak ging het eerste visje al voor de bijl! En krom dat ie ging! Voor mijn gevoel staat pa naast mij als ik het bamboe laat kraken onder het gewicht van een forse brasem.

Amsterdam Noord
Vandaag ga ik peuteren met de splitcane. Gewoon in een vaartje in Noord waar ik al menig brasem en dikke voorns heb weten te verschalken. Eenmaal aan de waterkant aangekomen voer ik op twee plekjes een paar handjes maden en tuig op mijn dooie gemak de splitcane op. Een klein molentje in de vijfhonderd uitvoering met daarop een dun lijntje en een licht dobbertje, daarna net als vroeger even uitloden, uitpeilen, een paar maden op het haakje veertien en vissen. Dit bekende ritueel voer ik zonder nadenken uit en binnen no-time lig ik in. Kom maar op met die witjes! Een dikke brasem is ook welkom! Binnen een minuut heb ik beet. Kleine tikjes op de dobber verraden de aanwezigheid van vis. De dobber gaat onder en ik sla in een reflex aan. Rustig haal ik de lijn op en zie tot mijn verrassing geen voorntje maar een grondel aan mijn haakje hangen. Gulzige beestjes zijn het. Zelfs aan een dikke regenworm op een haak maat vier vang ik ze regelmatig wanneer ik dropshottend op baarzenjacht ben.


De Zwartbekgrondel
De zwartbekgrondel is een bodemvis en heeft de ogen bovenaan de kop staan. De kop is breder dan de rest van het lichaam, waardoor de vis veel op de rivierdonderpad lijkt. De basiskleur is geelgrijs tot olijfgroen, met bruine vlekken. In de paaitijd kunnen de mannetjes zwart worden; de rand van de achterste rugvin en van de staart wordt dan wit. Zwartbekgrondels kunnen tot 25 cm lang worden. De mannetjes zijn groter dan de vrouwtjes. Een belangrijk kenmerk waarmee de zwartbekgrondel zich onderscheidt van andere soorten, is dat de buikvinnen vergroeid zijn tot een zuignap. In tegenstelling tot wat zijn naam doet vermoeden, heeft de zwartbekgrondel geen zwarte bek. Er is wel een kenmerkende zwarte vlek op het achterste deel van de eerste rugvin. De zwartbekgrondel heeft twee rugvinnen en leeft in kustwateren en rivieren met zandbodems of stenen. Via het Noordzeekanaal zijn ze massaal het IJ binnen getrokken.


Grondels tikken
Een half uurtje later staat de teller al op 12. Allemaal grondels en nog geen witvis gezien. Dat is ook niet verwonderlijk omdat ik op een slootje vis dat in verbinding staat met het IJ. Velen zien deze donkere en erg gulzige visjes als plaag. Maar op licht materiaal leveren ze aardig wat strijd en mijn splitcane draait overuren. Een half uurtje later en nog eens 9 grondels verder, vind ik het mooi geweest. Ik heb nog een dikke vis verspeeld, vermoedelijk brasem, maar de pret is er niet minder om. Pa’s splitcane mocht weer even van stal en ik heb me kostelijk vermaakt en tijdens alle aanbeten voelde ik zijn aanwezigheid. Dat is toch het belangrijkste met vissen, plezier beleven en genieten. Ik kan er weer tegenaan, mijn batterij is weer vol, de rodpod zal mijn uitzicht bepalen de komende tijd. Totdat ik er genoeg van heb, dan ga ik gewoon weer simpel vissen, zoals het ooit begon!


Zoals het ooit begon