Viswater

1. De Bosbaan

1. De Bosbaan:

Geschiedenis:
De Bosbaan is een roeibaan die tijdens de crisisjaren werd gegraven in het kader van werkverschaffing. Hierdoor hadden roeiers een alternatief voor de Amstel en de Ringvaart. In 1937, drie jaar na aanvang van de graafwerkzaamheden, werden de eerste roeiwedstrijden gehouden. De Bosbaan is twee keer verbreed, in 1963 van 72 naar 92 meter i.v.m. het EK roeien en de tweede keer in 2001 naar 118 meter, conform de nieuwe eisen die voor internationale wedstrijdbanen gelden. In 2014 zal het WK roeien op de Bosbaan plaatsvinden.

Vismogelijkheden:
De Bosbaan staat vooral bekend om zijn grote karperbestand. De Karpercommissie van de AHV heeft de Bosbaan tot een categorie 3 water bestempeld, wat betekent dat er een bestand zit van overwegend kleinere karper met een redelijk aantal grotere vissen. De vele witvis vormt een uistekende voedselbron voor de mooie snoeken en snoekbaarzen op de Bosbaan.

Bijzonderheden:
Doordat het Olympisch trainingscentrum voor roeiers én de roeivereniging Okeanos aan de Bosbaan liggen, zijn er periodes waarin er niet kan en mag worden gevist. Houd hiervoor de ‘Bosbaankalender’ via de website van de AHV en uw verenigingsblad VISSEN in de gaten. Tevens zijn er zones die niet bevist mogen worden, zie hiervoor het witte boekje. Vanaf 1 januari 2013 is het vissen op karper met gevlochten lijnen verboden. Er zijn aan de wegkant drie goed bereikbare vissteigers speciaal voor minder validen. Het is verboden te vissen vanuit een boot.

Conclusie:
De Bosbaan is bij uitstek geschikt voor de beginnende karpervisser of witvisser. Doordat ook roofvissers een goede kans op snoek en snoekbaars maken, biedt dit water voor ieder wat wils.

Witte boekje pagina 7 en 8

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE FEBRUARI 2013

Open Visplanner

2. De Kweekvijvers (alleen met aparte vergunning mogelijk)

2. De Kweekvijvers (alleen met aparte vergunning mogelijk) :

Geschiedenis:
Het Amsterdamse Bos, waar de Kweekvijvers deel van uitmaken, is tijdens de crisisjaren aangelegd als werkverschaffingsproject voor werklozen om een uitkering te kunnen ontvangen. Tijdens de bezetting in de 2e Wereldoorlog werden hier Joodse werkkampgevangenen te werk gesteld.

Vismogelijkheden:
Na aanschaf van een speciale Kweekvijver-dagvergunning kan hier van 1 september tot 30 april op karper gevist worden. Een paar jaar geleden heeft er een grote wintersterfte plaatsgevonden, maar er zwemt nog altijd een zeer respectabel aantal karpers rond, waaronder enkele oude en fraai beschubde spiegels. Met een maximale waterdiepte van 2 meter leent het water zich goed voor de pen- en afstandvisserij. Omdat watervogels hier het hele jaar door gevoerd worden is het vissen aan de oppervlakte af te raden. Met de speciale dagvergunning mag er alleen op karper gevist worden!

Bijzonderheden:
Vissen in de Kweekvijvers is uitsluitend toegestaan indien men in het bezit is van de Kweekvijver-dagvergunning, deze kan bij de AHV worden aangeschaft. Rond de Kweekvijvers wordt veel gerecreëerd. Minder validen kunnen momenteel eigenlijk alleen bij de kanoverhuur aan de grote vijver terecht. Dit is echter op een flinke afstand van de dichtstbijzijnde parkeerplaats.

Conclusie:
Wil je een keer in een bosrijke omgeving op karpers vissen die nauwelijks worden belaagd? Grijp dan je kans op een dag in de maanden september tot en met april.

Witte boekje pagina 7 en 9

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE FEBRUARI 2013

Open Visplanner

3. De Schinkelpolder

3. De Schinkelpolder:

Geschiedenis:
Het Amsterdamse Bos, dat voor een deel in de Schinkelpolder ligt, is tijdens de crisisjaren aangelegd als werkverschaffingsproject voor werklozen om een uitkering te kunnen ontvangen. Tijdens de bezetting in de 2e Wereldoorlog werden hier Joodse werkkampgevangenen te werk gesteld.

Vismogelijkheden:
Dit deel van het Amsterdamse Bos staat in open verbinding met de Kweekvijvers en is het enige deel van het bos waar het gehele jaar door gevist mag worden. Een paar jaar geleden heeft er een grote wintersterfte plaatsgevonden, maar net als in de Kweekvijvers zwemmen er nog voldoende karpers rond en is het roofvisbestand zich aan het herstellen. Met een waterdiepte tot maximaal 2 meter, maar overwegend ondieper, leent het water zich goed voor de pen-, oppervlakte- en afstandvisserij.

Bijzonderheden:
Vissen vanuit een boot is niet toegestaan. Ook in dit deel van het bos wordt op allerlei manieren druk gerecreëerd.

Conclusie:
Een dagje lekker vissen in de natuur? Dan is dit deel van het bos vast iets voor jou!

Witte boekje pagina 7 en 9

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE FEBRUARI 2013

Open Visplanner

4. De Nieuwe Meer

4. De Nieuwe Meer:

Geschiedenis:
De Nieuwe Meer is van oorsprong een veenkreek. Bij de drooglegging van de moerassige Haarlemmermeer rond 1850, werd de Nieuwe Meer gespaard om onderdeel te worden van een belangrijke scheepvaartroute tussen de Haarlemmer-Ringvaart en het riviertje de Schinkel. Deze laatste gaf toegang tot de grachten in Amsterdam. Omdat Amsterdam na WOII moest uitbreiden, werd in de naastgelegen Riekerpolder in 1956 begonnen met zandwinning ten behoeve van de bouw van de Westelijke Tuinsteden (Kolenkitbuurt, Slotermeer, Geuzenveld, Overtoomse Veld, Slotervaart en Osdorp). Zo ontstond de Riekerplas, die uiteindelijk bij de Nieuwe Meer werd gevoegd. Ook in de Nieuwe Meer zelf werd zand gewonnen tot zo’n 30 meter diep.

Vismogelijkheden:
Dit diepe, heldere water bevat een goed roofvisbestand. Baars, snoek en snoekbaars zijn te vangen in alle mogelijke maten. Aangezien de Ringvaart om de Haarlemmermeer één van de oudste meervalbestanden van Nederland bevat, zal ook deze vissoort hier ondanks het heldere water rondzwemmen. Witvis en karper zijn alom vertegenwoordigd. Van deze laatste soort kan men overwegend kleinere schubkarpers verwachten, maar een verrassing is altijd mogelijk. Het is vanaf de kant een moeilijk te bevissen water door het zeer grillige bodemverloop. Steil aflopende taluds met spleten en gaten en gestort betonpuin maken het vissen op veel plekken vanaf de kant onverantwoord. Aan de noordzijde bevindt zich naast de haven ‘Onklaar Anker’ een trailerhelling. Deze ligt echter afgelegen en diefstal en vandalisme komen voor.

Bijzonderheden:
Het water wordt zeer druk bevaren door zowel recreatie- als beroepsvaart. In de zomermaanden zijn er veel badgasten aan de oevers van het meer te vinden. Het natuur c.q. recreatiegebied ‘De Oeverlanden’ geldt als homo-cruise-gebied.
De Nieuwe Meer is een zogenaamd ‘derdehengel’-water. Met de juiste vergunning is dus het vissen met drie hengels toegestaan. Minder validen zullen aan dit water moeilijk een visplek kunnen vinden.

Conclusie:
De Nieuwe Meer is door de vele vormen van recreatie geen water waar je voor je rust gaat vissen. Het is een zeer moeilijk water door het dramatische bodemverloop. Dit maakt vooral het zogenaamde afstandvissen op karper, meerval of snoek vanaf de kant op heel veel plaatsen onverantwoord. Heb je een boot tot je beschikking, dan neemt het aantal visstekken iets toe.

Witte boekje pagina 7 en 9

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE FEBRUARI 2013

Open Visplanner

5. Hoornsloot/Landscheidingsvaart

5. Hoornsloot/Landscheidingsvaart:

Geschiedenis:
Dit water loopt van de Nieuwe Meer, langs Amstelveen en het Amsterdamse Bos en mondt uit in de Amstelveense Poel. De sloot werd al in de 13e eeuw door boeren gebruikt als vaarroute, door het destijds moerassige gebied, naar Amsterdam.

Vismogelijkheden:
Door de grote lengte van het water is het aan te bevelen om eerst de vissen te lokaliseren alvorens te gaan vissen. Omdat de sloot in open verbinding staat met de Amstelveense Poel, kan je in de Hoornsloot dezelfde vissen verwachten als daar. Alle formaten karper en witvis en redelijk wat roofvis, waaronder een paar meervallen. Het water is maximaal anderhalve meter diep en niet al te breed, waardoor de sloot zich ook goed leent voor de actievere visserij.

Bijzonderheden:
De Hoornsloot mag en kan niet over de hele lengte van beide zijden worden bevist doordat delen grenzen aan het Amsterdamse bos (zie Witte Boekje voor de daar geldende regels) of privégrond. De sloot wordt ’s zomers bevaren door waterrecreanten die van en naar de Poel varen en vooral de delen die langs het bos lopen worden door wandelaars en hondenuitlaters gebruikt.

Conclusie:
Wie bereid is grote afstanden te lopen om de vissen te vinden zal hier zeker succesvol kunnen zijn!

Witte boekje pagina 7

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE APRIL 2013

Open Visplanner

6. De Amstelveense Poel

6. De Amstelveense Poel:

Geschiedenis:
De Amstelveense Poel is gelegen tussen Amstelveen en het Amsterdamse Bos en is gegraven ten behoeve van turfwinning. Bij de drooglegging van het omringende water in de 18e eeuw is de Amstelveense Poel als enige niet drooggelegd. De resten niet ontgonnen veen werden bewerkt door boeren voor tuinbouw en de winning van hakhout, mos, riet en hooi. Door de bijzondere plantengroei die zich rond de Amstelveense Poel heeft ontwikkeld, is het gebied van grote natuurlijke waarde en is het tegenwoordig een belangrijke schakel in de zogenaamde ‘Groen As’. De ringslang heeft hier zijn leefgebied. De Amstelveense Poel beslaat twee stukken water, de Kleine Poel en de Grote Poel.

Vismogelijkheden:
De Grote Poel is maximaal twee meter diep en heeft een zeer zachte bodem. Vooral de west-zuidwest kant van het water is ondiep, op sommige plaatsen tot 20 cm. Omdat het water zelf, maar vooral de westoever, deel uitmaakt van een belangrijk natuurgebied, zijn de vismogelijkheden vanaf de kant beperkt tot de noordelijke en oostelijke oever. Een boot zal je vismogelijkheden dus doen vergroten. Aan de zuidoostzijde van de Grote Poel is er een mogelijkheid om een boot te huren bij jachthaven Van Diemen.


De Kleine Poel is maximaal anderhalve meter diep en mag of kan vanaf de kant niet bevist worden omdat deze omsloten wordt door natuurgebied en woningen.

De Amstelveense Poel is een zogenaamd ‘derdehengel’-water, wat betekent dat je er met de juiste vergunning met drie hengels mag vissen. Het karper- en witvisbestand is goed te noemen met een reële kans op een groot exemplaar. Roofvis als snoek en snoekbaars komen ook voor, maar niet in zeer grote getale. Er zwemmen een paar meervallen rond.

Bijzonderheden:
De Amstelveense Poel maakt deel uit van de zogenaamde ‘Groen As’. De Grote Poel wordt voornamelijk gebruikt voor recreatieve doeleinden. De Kleine Poel heeft een natuurrecreatieve functie. Opvallend is de lagere ligging van het Amsterdamse Bos ten opzichte van de Poel door de drooglegging. ’s Zomers worden de grasvelden langs de Grote Poel intensief gebruikt voor dagrecreatie. Let op! Indien je aan of op dit water ’s nachts wilt vissen is een Nachtverblijfpas verplicht!

Conclusie:
Dit water is het interessantst voor karper- en witvissers en ondanks dat het water deels wordt ingesloten door bebouwing, maakt de unieke natuur dit een mooie omgeving om je lijnen nat te maken.

Witte boekje pagina 9

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE APRIL 2013

Open Visplanner

7. Amstelveense Sierwateren

7. Amstelveense Sierwateren:

Geschiedenis:
Het gebied dat vroeger uit veenrijk moerasbos bestond werd oorspronkelijk ‘Aemestelle’ (vrij vertaald: waterrijk gebied) genoemd en kreeg in 1278 de naam Nieuwer-Amstel. In deze eeuw werd ook het veenwerkersgehucht Amstelveen gesticht dat de kern van dit gebied vormde. Met de groei van Amsterdam nam de vraag naar turf toe en de boeren in het gebied stapten over op de lucratievere turfwinning. Hierdoor ontstonden grote waterplassen met daartussen loopvelden. Deze loopvelden vormen nog altijd een deel van het huidige wegennet en dus de indeling van Amstelveen. In de 18e eeuw werden de meren drooggelegd en ontstonden de polders en hun ringvaarten. Na WOII breidde Amstelveen snel uit met meerdere wijken als gevolg van woningnood in Amsterdam en de komst van de burgerluchthaven Schiphol. Pas sinds 1964 wordt het Nieuwer-Amstelgebied Amstelveen genoemd. Westwijk is de meest recente uitbreidingswijk. Woonkwaliteit en groenvoorziening, waaronder de sierwateren in Amstelveen, namen bij de uitbreidingen een belangrijke plaats in.

Vismogelijkheden:
De sierwateren in Amstelveen zijn overwegend ondiep en relatief smal. Enige jaren geleden heeft er op veel plekken vissterfte plaatsgevonden, maar met enkele gerichte uitzettingen en natuurlijke aanwas is de bezetting ondertussen zeker weer goed te noemen. Karpers zwemmen er in alle formaten rond, maar er zijn stukken water waar de grotere vissen zich vaker lijken op te houden. De goede witvisstand voorziet de vele roofvissen, voornamelijk snoek, van voldoende voedsel. Een groot deel van de Amstelveense sierwateren is onderling verbonden, dus in bijna elk nat hoekje kan vis gevangen worden. Door de afmetingen van de waterpartijen kunnen ook de actievere vissers hun hart ophalen. Let op, niet in alle wateren mag gevist worden! Raadpleeg hiervoor het Witte Boekje pag. 9.

Bijzonderheden:
Vissen in de sierwateren van Amstelveen betekent vissen in woonwijken. Houd dus rekening met de omgeving!

Conclusie:
De sierwateren in Amstelveen bieden voor elke visdiscipline wat wils. Heb je er geen problemen mee om tussen de bebouwing en langs wegen te vissen, dan is Amstelveen voor jou ‘the place to be’!

Witte boekje pagina 9

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE APRIL 2013

Open Visplanner

8. Bovenkerkerpolder

8. Bovenkerkerpolder:

Geschiedenis:
Aanvankelijk bestond het gebied uit veenrijk moerasbos, waar zich enkele boeren in en rond het huidige Amstelveen vestigden. De groeiende vraag naar brandstof uit Amsterdam zorgde ervoor dat o.a. deze boeren overstapten op het winnen van turf, waardoor het gebied uiteindelijk uit grote plassen water bestond. Omdat deze plassen een grote bedreiging vormden voor Amsterdam en Amstelveen, besloot een aantal rijke investeerders medio 18e eeuw het gebied droog te leggen. Het drooggelegde land werd in smalle, langgerekte kavels onder de investeerders verdeeld. Dit kenmerkt dit gebied nog altijd.

Vismogelijkheden:
Het viswater bestaat uit ondiepe poldersloten tot ongeveer 1 meter diep. Er zit veel kleine karper met enkele grotere exemplaren ertussen. Het roofvisbestand is zeer goed te noemen met flink wat snoek, snoekbaars en baars. Witvis is alom vertegenwoordigd met af en toe verrassend grote brasems. Door de openheid van het gebied kan ook de vliegvisser hier goed uit de voeten.

Bijzonderheden:
Het gebied wordt voornamelijk gebruikt als akkerland en grasland en is bekend onder vogelaars vanwege de vele weidevogels die het gebied aandoen.

Conclusie:
Houd je van de natuur en ben je geen ‘grootwildjager’, dan is deze polder er eentje om in je handen te wrijven!

Witte boekje pagina 10

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE APRIL 2013

Open Visplanner

9. Noorderlegmeerpolder & Thamerpolder

9. Noorderlegmeerpolder & Thamerpolder:

Geschiedenis:
In de 12e en 13e eeuw ontstonden tal van kleine nederzettingen langs de Drecht, Kromme Mijdrecht en de Amstel en in de nabijheid van het Legmeer. Thamen was, evenals Uithoorn, één van die nederzettingen. In de 16e en 17e eeuw nam met de groei van Amsterdam de vraag naar turf sterk toe en de bewoners van eerder genoemde nederzettingen richtten zich op de lucratieve turfwinning. De hierdoor ontstane grote waterplassen vormden uiteindelijk een steeds grotere bedreiging voor alle omliggende nederzettingen. In 1798 werd Thamen bij Uithoorn gevoegd en in 1851 werd de Thamerpolder drooggelegd. Het Noorder- en Zuiderlegmeer volgden rond 1880. Op deze extra beschikbaar gekomen grond vindt tegenwoordig voornamelijk akkerbouw en glastuinbouw plaats.

Vismogelijkheden:
Er zijn hier nauwelijks interessante vismogelijkheden. De zeer ondiepe waterpartijen bestaan voornamelijk uit greppels en sloten die langs wegen en agrarische bedrijven lopen. Slechts een enkele sloot en tocht is voor de visser interessant. Hier kan gevist worden op karper van klein tot middelgroot, witvis en roofvis als snoek en snoekbaars. Ook zwemmen hier graskarpers rond.

Bijzonderheden:
De interessante wateren zijn door de steile oevers lastig bevisbaar.

Conclusie:
Door de langgerektheid van de voor de visser interessante wateren is het overwegend hard werken geblazen om de vissen te vinden en te vangen.

Witte boekje pagina 10

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE JUNI 2013

Open Visplanner

10. Ringvaart Zuiderlegmeer vanaf De Kwakel tot Dam Bilderdam

10. Ringvaart Zuiderlegmeer vanaf De Kwakel tot Dam Bilderdam:

Geschiedenis:
De naam ‘De Kwakel’ is afgeleid uit een specifiek soort brug die werd aangelegd om de Kleine Drecht over te kunnen steken, een ‘quakelbrugge’. De Kleine Drecht staat tegenwoordig bekend onder de naam ‘Ringvaart’ en vormde de natuurlijke verbinding tussen het Legmeer en de oude veenrivier de Drecht. De Ringvaart staat in open verbinding met nagenoeg alle waterlopen die als gevolg van veenafgravingen in en rond de Kwakel en de Zuiderlegmeerpolder zijn ontstaan.

Vismogelijkheden:
De Ringvaart biedt een breed scala aan vismogelijkheden. Door de vele verbindingen met de naastgelegen poldersloten in de Kalslagerpolder, betreft het hier een behoorlijk groot wateroppervlak. Het is er maximaal een meter diep. Alle zoetwatervissoorten zijn goed vertegenwoordigd in alle maten en er zijn stekken te over. Vooral de actieve visser kan hier zijn hart ophalen.

Bijzonderheden:
Langs grote delen van het water kan niet geparkeerd worden. Wil je in deze stukken vissen, dan is een voettocht de enige mogelijkheid.

Conclusie:
Geen water voor ‘grootwildjagers’, maar de visser die graag in polderlandschap vertoeft, zal hier prachtige visdagen kunnen beleven.

Witte boekje pagina 10

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE JUNI 2013

Open Visplanner

11. Zijdelmeer

11. Zijdelmeer:

Geschiedenis:
Rond het jaar 1000 was het Zijdelmeer een stroompje in het laagveen dat de verbinding vormde tussen het Legmeer, dat zich uitstrekte van Uithoorn tot Bovenkerk, en de rivier de Amstel. Het Zijdelmeer is door de tijd heen aan relatief weinig veranderingen onderhevig geweest. Het huidige Zijdelmeer bestaat uit circa 11 hectare open water en 6,5 hectare oeverlanden en is thans onderdeel van de ecologische hoofdstructuur. In het zogenaamde ‘parkje’ aan de noordkant groeien bijvoorbeeld veel zeldzame planten en bloemen.
Onlangs heeft men in de ‘kleine poel’ gebaggerd en zijn de stuwen bij de Watsonweg en Boterdijk verwijderd zodat een open verbinding met de achterliggende polder is gecreëerd. Deze maatregelen moeten zorgen voor een betere doorstroming en waterkwaliteit.

Vismogelijkheden:
Het Zijdelmeer is maximaal 2,5 meter diep en de bodem bestaat uit slib, veen en klei. Er zwemt relatief veel karper rond van klein tot groot. Ondanks dat het water vrij troebel is, is het roofvisbestand redelijk te noemen met snoek, baars en snoekbaars. Witvis en zeelt, maar vooral veel kroeskarper zwemt hier rond. Sinds begin 2013 staat het Zijdelmeer in open verbinding met de achterliggende polder zodat ook het leefgebied van de vissen is vergroot.

Bijzonderheden:
Omdat het Zijdelmeer deels natuurgebied is, mag er niet overal gevist worden en gelden er voor het nachtvissen beperkingen. Raadpleeg hiervoor het witte boekje pag. 10. Tevens maken wandelaars en natuurliefhebbers veelvuldig gebruik van de wandelpaden langs het water. Minder validen kunnen alleen bij het Gemeentehuis terecht, al is er geen speciale vissteiger aanwezig. Parkeren kan hier direct achter de stek op de parkeerplaats.

Conclusie:
Een mooi water met een goed, gevarieerd visbestand, maar met een beperkt aantal toegankelijke visstekken.

Witte boekje pagina 9

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE JUNI 2013

Open Visplanner

12. Sierwateren uithoorn en de Kwakel

12. Sierwateren uithoorn en de Kwakel:

Geschiedenis:
Uithoorn (oorspronkelijk ‘Ute Hoirne’, wat uithoek betekent) is in de Middeleeuwen als rivierdorp ontstaan. Het lag op de hoek van het Zijdelmeer en de Amstel. Door turfwinning ontstonden in de loop der tijd veenplassen en een waterwegennet. De plassen werden in de 18e en 19e eeuw drooggelegd. Het fijne waterwegennet is grotendeels terug te vinden in de huidige indeling van Uithoorn.
De naam ‘De Kwakel’ is afgeleid uit een specifiek soort brug, een ‘quakelbrugge’, die werd aangelegd om de beide oevers van de Kleine Drecht met elkaar te verbinden. Dit punt vormde de kruising tussen het voetpad Rechthuis Uithoorn – de kerk in Kudelstaart en de Kleine Drecht, tegenwoordig ‘Ringvaart’ genoemd. Kenmerkend voor de Kwakel zijn de vele bruggetjes die toegang bieden tot de diverse langgerekte percelen die als gevolg van de strokenverkaveling zijn ontstaan.

Vismogelijkheden:
De waterstelsels zijn maximaal 2 meter diep, al verschilt dit zeer per sloot of vijver. Het roofvisbestand is in sommige waterpartijen goed te noemen en bestaat voornamelijk uit snoek en baars. Sommige watertjes bevatten grote karpers, anderen weer kleine. Witvis en zeelt en kroeskarpers zijn redelijk verspreid te vangen. Sinds begin 2013 staat een deel van de Uithoornse sierwateren in open verbinding met het Zijdelmeer. Het is niet toegestaan te vissen in de fortgracht van ‘Fort aan de Drecht’.

Bijzonderheden:
De wateren zijn niet overal bereikbaar doordat ze grenzen aan tuinen. Voor het nachtvissen gelden beperkingen. Raadpleeg hiervoor het witte boekje pag. 11.

Conclusie:
Mooie waterpartijen met een goed, gevarieerd visbestand.

Witte boekje pagina 11

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE JUNI 2013

Open Visplanner

13. Polder Groot Mijdrecht, ten noorden N201

13. Polder Groot Mijdrecht, ten noorden N201:

Geschiedenis:
Vroeger bestond dit gebied uit nat veenweidenlandschap dat werd doorkruist door veenriviertjes en kreekjes. In de Middeleeuwen werd het gebied geschikt gemaakt voor landbouw en bewoning door lange, rechte watergangen aan te leggen die het water konden afvoeren. ‘Het nederzettingenlint’ Achterbos, Herenweg, Demmerik en Donkereind werd gebouwd op de stevige kleioevers van een riviertje en fungeerde als ontginningsbasis. In de 17e eeuw nam de vraag naar turf vanuit Amsterdam sterk toe. Ten westen van de nederzettingen ontstonden hierdoor grote plassen. Het gevolg hiervan was een gebrek aan landbouwgrond en toegenomen overstromingsdreigingen voor de nu gegroeide nederzettingen. Er werd besloten tot het droogmalen van het plassengebied, waaronder de huidige Groot Mijdrecht Polder.

Vismogelijkheden:
Door de indeling van het landschap ligt het viswater direct naast wegen of tussen weilanden. Het te bevissen water is echter beperkt doordat delen beschermd gebied of privé-eigendom zijn. De langgerektheid van de sloten maakt dat een actieve visserij de voorkeur geniet. Kleine karper, kroeskarper, zeelt, snoek en witvis zijn hier te vangen.

Bijzonderheden:
Veel van de weilanden en moerassige gebieden zijn particulier eigendom of in bezit van Natuurmonumenten. Niet overal mag gelopen of gevist worden. Controleer hiervoor de geldende regels en borden die (door eigenaren) zijn geplaatst.

Conclusie:
De hoeveelheid viswater is beperkt en de ligging van wegen vlak langs het meeste viswater vormen een veiligheidsrisico. 

Witte boekje pagina 11

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE SEPTEMBER 2013

Open Visplanner

14. Vinkeveense en Proosdijer Plassen

14. Vinkeveense en Proosdijer Plassen:

Geschiedenis:
Het van oorsprong natte veenweidenlandschap werd doorkruist door veenriviertjes en kreekjes. In de 11e eeuw werd het gebied langzaam ontgonnen door het aanleggen van lange, rechte watergangen. Op de kleioevers van een riviertje ontstonden enkele nederzettingen, waaronder Vinkeveen. Door het inklinken van het veengebied werd het ontwateren steeds problematischer en verloor het land zijn landbouwfunctie. Enkel veeteelt kon er nog bedreven worden. Toen in de 17e eeuw de vraag naar turf vanuit Amsterdam toenam, vormden zich ten westen van Vinkeveen grote plassen. De relatief late start (1887) van het ontginnen van de oostkant van de nederzettingen zorgde ervoor dat Vinkeveen het langst een veendorp is gebleven. De Baambrugse Zuwe was tot die tijd niet meer dan een moeraspad. De turf werd aan de noordzijde van het plassengebied via de Proosdijersluis en het veenriviertje de Winkel naar Amsterdam getransporteerd. Waar de plassen ten westen van Vinkeveen werden drooggemalen, is hier na WOII in verband met de recreatieve waarden aan de oostkant van Vinkeveen van afgezien. Zodoende zijn de plassen behouden gebleven. De voor veenafgravingen zo kenmerkende trekgaten en legakkers zijn vooral nog in het westelijke deel van het plassengebied te zien. In het oostelijke deel zijn de legakkers verdwenen door golfafslag en zandwinning tussen 1957 en 1976 ten behoeve van de bouw van nieuwe Amsterdamse wijken als de Bijlmer. Hierdoor zijn er gaten van 60 meter diep. In deze tijd zijn er ten behoeve van de recreatie ook 12 zandeilanden aangelegd. Het huidige plassengebied is circa 900 Ha groot.

Vismogelijkheden:
De zeer heldere plassen zijn vooral vermaard om het goede karper- en roofvisbestand. Binnen deze laatste groep vormt snoekbaars een uitzondering. Deze vissoort is gelukkig wel weer langzaam in opkomst. Een enkele meerval zwemt er ook rond. Van de drie plassen is de meest zuidelijk gelegen plas de ondiepste. Op de Middelplas (tussen de N201 en de Baambrugse Zuwe) kan nauwelijks vanaf de kant gevist worden. Er zijn meerdere bootverhuurbedrijven aan de plassen te vinden. Onder andere De Wilgenhoek en Borger. Flexible Carpfishing heeft zich gespecialiseerd in het karpervissen vanuit een boot op de Vinkeveense Plassen en biedt hiervoor diverse arrangementen aan. Voor elke vissoort geldt dat alle formaten gevangen kunnen worden. Vissen vanaf de kant is beperkt mogelijk. Let op, veel oevers en eilanden zijn privébezit!

Bijzonderheden:
Er gelden flink wat bepalingen voor dit water en er kan niet overal gevist worden! Raadpleeg hiervoor het Witte Boekje pag. 11. De plassen maken deel uit van een groengebied, dus houd je ook aan locaal geldende (tijdelijke) regels die vaak in de vorm van borden zijn geplaatst. Er is veel waterrecreatie in de vorm van waterskiën, duiken, zwemmen, varen en vissen.

Conclusie:
Een geweldig water met een mooi visbestand waar elke visser zijn hart zal kunnen ophalen.

Witte boekje pagina 11

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE SEPTEMBER 2013

Open Visplanner

15. Zuidelijke helft van De Winkel Stokkelaarsbrug - Hoeve Abcouderzicht

15. Zuidelijke helft van De Winkel Stokkelaarsbrug - Hoeve Abcouderzicht:

Geschiedenis:
De Winkel is van oorsprong een kronkelend veenriviertje dat de verbinding vormt tussen de riviertjes de Waver en de Angstel. Ten tijde van de turfwinning werd het riviertje gebruikt om aan de noordzijde van de Vinkeveense Plassen via de Proosdijersluis de gewonnen turf naar Amsterdam te verschepen. De huidige loop van het riviertje is nagenoeg gelijk aan die uit de Middeleeuwen.

Vismogelijkheden:
Dit riviertje ligt in een oase van groen met voornamelijk hoge kantbegroeiing. Het water wordt geflankeerd door dichte rietkragen, knotwilgen en essen en slechts op een enkele aanlegplek voor boten kan het water bereikt worden. Het op sommige plaatsen smalle riviertje stroomt nauwelijks en kan het best vanuit een boot bevist worden. Het water is overwegend helder en bevat voornamelijk kleine tot middelgrote snoek, karper, witvis en baars.

Bijzonderheden:
De Winkel wordt gebruikt als kano- en vaarroute door mensen die willen genieten van het natuurschoon.

Conclusie:
Een water dat eigenlijk alleen te bevissen is vanuit een boot tenzij het riet gemaaid is. Dit gebeurt meestal eens in de vier jaar.

Witte boekje pagina 12

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE SEPTEMBER 2013

Open Visplanner

16. De Waver

16. De Waver:

Geschiedenis:
De Waver is van oorsprong een veenriviertje dat door het waterrijke veenweidegebied liep. Het verbindt twee stroomsystemen. In het noorden bij de Voetangel dat van de Holendrecht en Bullewijk, in het zuiden bij de Stokkelaarsbrug dat van de Oude Waver en de Winkel. De Waver werd ten tijde van de turfwinning een belangrijke transportroute om gewonnen turf uit het omliggende gebied naar Amsterdam te transporteren. Tegenwoordig dient het als ringvaartje en heeft het een natuurfunctie.

Vismogelijkheden:
’s Zomers is het riviertje vrij dicht begroeid met waterplanten die schuilmogelijkheden bieden voor de veelal kleine snoeken. Er zwemmen kleine tot middelgrote karpers en niet al te grote graskarpers. Het water is vanaf één kant te bevissen, maar deze ligt dan ook direct naast de weg, waardoor het oppassen geblazen is.

Bijzonderheden:
De Waver maakt deel uit van het zogenaamde ‘Rondje Ronde Hoep’, een tocht om Polder de Ronde Hoep, tevens stiltegebied, dat door veel fietsers en wandelaars gemaakt wordt. Het riviertje maakt deel uit van een kano- en vaarroute.

Conclusie:
Een zeer mooi nauwelijks stromend riviertje dat midden in de natuur ligt. De visser die de natuur een warm hart toedraagt is hier op zijn plaats!

Witte boekje pagina 12

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE SEPTEMBER 2013

Open Visplanner

17. De Bullewijk, Holendrecht en bijbehorende polder

17. De Bullewijk, Holendrecht en bijbehorende polder:

Geschiedenis:
De Bullewijk is een riviertje van ongeveer 3 km lang. Het stroomt tussen de Voetangelbrug waar de 2,5 km lange Holendrecht zich splitst in de Waver en de Bullewijk, waarna het riviertje ten oosten van de Bullewijker en Holendrechter polder loopt en de A9 kruist. Bij binnenkomst in Ouderkerk aan de Amstel ligt de Benningbrug en aan de andere kant van het dorp stroomt het in de Amstel. Tot in de 19e eeuw was de bijbehorende polder nog veenderijplas, daarna werd begonnen met de aanleg van een dijk op enige afstand van de Holendrecht en Bullewijk. In eerste instantie diende de dijk ter voorkoming van afslag en wateroverlast voor het omliggende land. In 1864 werd begonnen met het vervenen van de plas en nadat deze drooggemalen was, verloor de dijk zijn functie.

Vismogelijkheden:
De Bullewijk en de Holendrecht zijn riviertjes en verbinden de visrijke Amstel met het Abcoudermeer. Het zijn prachtige wateren om vanuit de boot te slepen op roofvis, het bestand aan snoek en snoekbaars is indrukwekkend. De kans op een projectspiegelkarper is groot en ook de witvisser kan aan de oevers van de riviertjes zijn hart ophalen. De bijbehorende polder bestaat voornamelijk uit kleine slootjes en is minder interessant voor de visser.

Bijzonderheden:
Langs de dijken van de riviertjes kan niet overal geparkeerd worden. Met name in de zomer is er veel fietsverkeer en ook op het water is er dan veel recreatie.

Conclusie:
Prachtig viswater met enorm veel mogelijkheden voor zowel de roof-, wit- als karpervisser.

Witte boekje pagina 12

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE DECEMBER 2013

Open Visplanner

18. Het Abcoudermeer

18. Het Abcoudermeer:

Geschiedenis:
Het Abcoudermeer is een klein meer nabij Abcoude, gemeente De Ronde Venen. Het meer ligt ten zuiden van Amsterdam-Zuidoost en ten noorden van Abcoude. Het meer wordt begrensd van noord naar zuid door de Holendrechterweg en de Amsterdamsestraatweg en van oost naar west door de Abcouderstraatweg en de Voetangelweg. In het meer mondt de Angstel uit en begint de Holendrecht. De noordoever van het Abcoudermeer vormt de grens tussen de provincies Utrecht en Noord-Holland. Het meer behoort bij het waterschap Amstel. Het Abcoudermeer is maximaal 4 meter diep. Het meer is vernoemd naar Abcoude waar het dichtbij ligt. Het meer wordt rond 1300 genoemd onder de gebiedsbezittingen van het kapittel Sint-Pieter in Utrecht. Er wordt gezegd dat het meer zou zijn ontstaan bij een doorbraak van de Zuiderzee rond 1400 v.Chr., waarbij ook de Bijlmermeer en het Naardermeer zijn ontstaan.

Vismogelijkheden:
Het Abcoudermeer staat bekend om de prima brasemstand, karpervissers klagen hier wel over. Met enige regelmaat worden er grote snoeken gevangen, maar ook snoekbaars en baars zijn alom vertegenwoordigd. De kans op een projectspiegelkarper is groot gezien het meer in verbinding staat met de Amstelboezem waar veel uitzettingen hebben plaatsgevonden.

Bijzonderheden:
Het Abcoudermeer is een ‘derdehengelwater’, deze vergunning is te verkrijgen bij de AHV.

Conclusie:
Het Abcoudermeer is een overzichtelijk water waar de kans op een grote vis zeker aanwezig is. Karpervissers moeten rekening houden met een groot brasembestand.

Witte boekje pagina 12

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE DECEMBER 2013

Open Visplanner

19. De Angstel

19. De Angstel:

Geschiedenis:
De Angstel is een sterk meanderend riviertje tussen Abcoude en Loenersloot met een lengte van ongeveer 6 km. De Angstel verbindt het Gein en de Holendrecht met de Aa. Ten zuiden van Abcoude is een verbinding met de Winkel. Het riviertje loopt ten westen van het Amsterdam-Rijnkanaal. Oorspronkelijk was de Angstel een zijarm van de Utrechtse Vecht.

Vismogelijkheden:
Dit riviertje ligt in een oase van groen met voornamelijk hoge kantbegroeiing. Het water wordt geflankeerd door dichte rietkragen, knotwilgen en essen en slechts op een enkele aanlegplek voor boten kan het water bereikt worden. Het op sommige plaatsen smalle riviertje stroomt nauwelijks en kan het best vanuit een boot bevist worden. Het water is overwegend helder en bevat voornamelijk kleine tot middelgrote snoek, karper, witvis en baars.

Bijzonderheden:
De Angstel wordt gebruikt als kano- en vaarroute door mensen die willen genieten van het natuurschoon.

Conclusie:
Een water dat eigenlijk alleen te bevissen is vanuit een boot tenzij het riet gemaaid is. Dit gebeurt meestal eens in de vier jaar. Voor de struinende visser zijn er echter voldoende plekjes af te vissen.

Witte boekje pagina 12

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE DECEMBER 2013

Open Visplanner

20. De Amstel en Duivendrechtsevaart

20. De Amstel en Duivendrechtsevaart:

Geschiedenis:
Amsterdam is vernoemd naar de rivier de Amstel en naar de in de 13e eeuw aangelegde dam (onder de huidige Dam). Mondde de Amstel vroeger uit in het IJ, tegenwoordig ‘eindigt’ de rivier bij het Muntplein. Via duikers onder het gedempte deel van het Rokin en de Dam stroomt het water overigens nog altijd via het Damrak het IJ in, hoewel het meeste water via de Amsterdamse grachten wordt omgeleid. De Amstel begon oorspronkelijk bij de samenvloeiing van de Drecht en de Kromme Mijdrecht, iets ten zuidwesten van Uithoorn. Door kanalisatie en aanleg van het Amstel-Drechtkanaal is het gedeelte tussen Uithoorn en Ouderkerk aan de Amstel onderdeel van dit kanaal geworden. De Duivendrechtsevaart is een kanaal in Amsterdam en Duivendrecht. De vaart loopt van de Amstel ter hoogte van de Omval naar de Van der Madeweg in het industriegebied Overamstel. Dwars door het kanaal loopt de gemeentegrens tussen Amsterdam en Ouder-Amstel.

Vismogelijkheden:
De vismogelijkheden op de Amstel zijn legio. Vrijwel iedere vissoort komt voor en vaak ook in grote aantallen. Vanaf de ringweg A10 zuid richting het centrum wordt het kantvissen bemoeilijkt door de vele woonarken. In het verleden zijn er veel witviswedstrijden georganiseerd tussen Ouderkerk en diezelfde ringweg A10. De Duivendrechtsevaart loopt dwars door industrie- en bedrijventerreinen en is daardoor weinig idyllisch, de visstand is echter goed.

Bijzonderheden:
De Amstel vormt het decor voor de eerste uitzettingen in Nederland in het kader van de gemonitorde spiegelkarperprojecten. Sinds 1998 zijn er inmiddels ruim 2500 spiegelkarpers uitgezet op diverse plekken op de Amstelboezem. Dankzij terugmeldingen van karpervissers is er sindsdien een duidelijk beeld ontstaan over migratie- en groeipatronen alsmede de overlevingskansen van deze karpers. De Amstel is een ‘derdehengelwater’, deze vergunning is te verkrijgen bij de AHV.

Conclusie:
De Amstel en de Duivendrechtsevaart zijn zeer visrijke wateren. Van midden in de stad tot landelijk Ouderkerk kan er gevist worden. Een mooie uitdaging!

Witte boekje pagina 12

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE DECEMBER 2013

Open Visplanner

21. De Ouderkerkerplas

21. De Ouderkerkerplas:

Geschiedenis:
De Ouderkerkerplas is een voormalige zandwinput ten zuiden van Ouderkerk aan de Amstel, gegraven voor de aanleg van de A9 eind jaren ‘70. In een later stadium is er een grote hoeveelheid betonafval gestort. Het is een belangrijk vogelgebied, meer dan 175 soorten zijn waargenomen. Omdat de plas zo diep is, circa 40 meter, sijpelt er zout water de plas in. Het water is hierdoor enigszins brak, en vriest 's winters niet of nauwelijks dicht. In de winter is de plas in trek bij watervogels. Sinds 2010 wordt er door de NUON koud water gewonnen ten behoeve van de koelinstallaties van de kantoorpanden in Amsterdam-Zuidoost. Het gebied staat onder beheer van Groengebied Amstelland. De plas wordt vooral gebruikt door windsurfers en zeilers, daarnaast is er een duikplek en een zwemstrand.

Vismogelijkheden:
De Ouderkerkerplas heeft een klein bestand aan schub- en spiegelkarpers variërend van klein tot groot. De roofvisstand is goed te noemen, door het heldere water zijn vooral baarzen en snoeken prachtig getekend. De noordwest-hoek biedt de vliegvisser mogelijkheden om gericht op voorns te vissen.

Bijzonderheden:
Door de betonstort is het op sommige plaatsen onverantwoord om vanaf de kant te vissen. Het is toegestaan om vanuit een bellyboat of een roeibooit met elektromotor te vissen. Meer bijzonderheden zijn te vinden op bladzijde 12 van het Witte Boekje.

Conclusie:
De Ouderkerkerplas is een moeilijk water. Het water herbergt van alle soorten vissen die er rondzwemmen mooie exemplaren. Het is geen water om ‘even’ een visje te gaan vangen.

Witte boekje AHV pagina 12

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE FEBRUARI 2014

Open Visplanner

22. Sierwateren Ouderkerk, Duivendrecht en Nieuw Bullewijk

22. Sierwateren Ouderkerk, Duivendrecht en Nieuw Bullewijk:

Geschiedenis:
Ten noordoosten van Ouderkerk, tussen de Burgemeester Stramanweg en de spoorlijn Amsterdam-Utrecht ligt de polder Nieuw Bullewijk. Gedeeltelijk herkenbaar aan de oude omringdijk van de vervening en het daar achter liggende lagere uitgeveende land. De veenderij 'De Nieuwe Bullewijk' stopte in 1905 en in 1908 viel het gebied droog. De naam werd toen 'Polder de Nieuwe Bullewijk'. De sierwateren in Ouderkerk en Duivendrecht zijn oorspronkelijk oude boerensloten en tegenwoordig gecultiveerd.

Vismogelijkheden:
De sierwateren in Ouderkerk, Duivendrecht en de polder Nieuw Bullewijk bevatten een breed scala aan vissoorten. Van stekelbaarsjes tot (kleine) karpers en van snoek tot zeelt, in feite is er voor eenieder wat wils.

Bijzonderheden:
De sierwateren in Ouderkerk, Duivendrecht en de polder Nieuw Bullewijk zijn goed geschikt om te bevissen door recreanten. Kinderen zullen hier zeker veel plezier kunnen beleven met de vangst van hun eerste visje!

Conclusie:
De bovengenoemde wateren bieden veel mogelijkheden voor de recreatieve visser. Voor de jagers op grote vissen valt er minder te beleven.

Witte boekje AHV pagina 13


PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE FEBRUARI 2014

Open Visplanner

23. De Gaasperplas

23. De Gaasperplas:

Geschiedenis:
De Gaasperplas is een kunstmatige recreatieplas aan de zuidrand van Amsterdam-Zuidoost, ontstaan door zandwinning ten behoeve van de bouw van Gaasperdam en de Bijlmermeer. De plas werd gegraven in de zuidoosthoek van de polder Gein en Gaasp eind jaren ‘60. De Gaasperplas dient voornamelijk als recreatiegebied. Het water is 72 hectare groot en tot 35 meter diep. De Gaasperdammerweg (A9) loopt langs de Gaasperplas. Recreatiegebied Gaasperplas van 166 hectare maakt deel uit van Groengebied Amstelland. Een gedeelte van het noordelijk aangrenzende Gaasperpark herinnert met zijn fijnmazige patroon van fiets- en wandelpaden nog aan de Floriade op die plek in 1982. Na afloop van de Floriade werden bijna alle toevoegingen verwijderd zodat een eenvoudiger stadspark overbleef. Aan de Gaasperplas bevinden zich een jachthaventje van een zeilvereniging, een kanoverhuur, een indoor-speeltuin en meerdere ligweiden en stranden zowel aan de noord- als aan de zuidoever. Er is een deel waar naaktrecreatie wordt toegestaan en er is een plek voor duikers.

Vismogelijkheden:
De Gaasperplas is een visrijk water dat alle bekende vissoorten onderdak biedt. De ‘bijvangsten’ die de karpervissers doen zijn opvallend; enorme brasems van ruim in de 60 cm en de Gaasperplas wordt door liefhebbers vaak geroemd om de mooie zeelt-populatie. Ook de roofvis is goed vertegenwoordigd. De Gaasperplas is een water waar tijd in gestoken moet worden om succesvol te zijn. Het grillige bodemverloop maakt het vaak niet makkelijk maar wel bijzonder interessant!

Bijzonderheden:
Nadat men het zand had weggezogen zijn er onderwater grote veenblokken blijven staan. Op sommige plaatsen zijn deze veenblokken zo talrijk en staan zo dicht bij elkaar, dat er een labyrint van gangen en tunnels is gevormd tussen deze veenformaties. Het is toegestaan om vanuit een bellyboat of een roeiboot met elektromotor te vissen. De Gaasperplas is een ‘derdehengelwater’, deze vergunning is te verkrijgen bij de AHV.

Conclusie:
De Gaasperplas zal de visser die bereid is wat meer tijd te investeren zeker belonen met een mooie vangst van een grote vis. In dit geval geldt het spreekwoord ‘de aanhouder wint’.

Witte boekje AHV pagina 13

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE FEBRUARI 2014

Open Visplanner

24. Wateren recreatiegebied Groengebied Amstelland

24. Wateren recreatiegebied Groengebied Amstelland:

Geschiedenis:
De wateren gesitueerd aan de Hoge Dijk, de Gaasperzoom, de Middelpolder inclusief Elsenhove, het Penbos en de Duivendrechtsepolder onder Amsterdam en Ouder-Amstel zijn ontstaan door veenwinning, cultivering en veelal bedoeld als afwateringsystemen.

Vismogelijkheden:
De vismogelijkheden op deze wateren zijn legio. Vrijwel iedere vissoort komt voor en vaak ook in grote aantallen. De wateren bieden volop mogelijkheden voor de struinende snoek- en karpervisser en zeer zeker ook voor vliegvissers. Daarnaast zijn er voldoende veilige mogelijkheden voor kinderen om met een hengeltje op pad te gaan.

Bijzonderheden:
De wateren maken vaak onderdeel uit van groene delen van de stad en zijn veelal op steenworpafstand van alle drukte van wegen, kantoren, industrie en bewoning.

Conclusie:
De wateren gesitueerd aan de Hoge Dijk, de Gaasperzoom, de Middelpolder inclusief Elsenhove, het Penbos en de Duivendrechtsepolder onder Amsterdam en Ouder-Amstel zijn uitermate geschikt om even een hengeltje uit te werpen waarbij de kans op de vangst van een mooie vis zeer reëel is.

Witte boekje AHV pagina 13

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE FEBRUARI 2014

Open Visplanner

25. Sierwateren Amsterdam-Zuidoost

25. Sierwateren Amsterdam-Zuidoost:

Geschiedenis:
De sierwateren in Zuidoost vinden hun oorsprong in 1627. De Bijlmermeer werd toen drooggemalen voor de landbouw. Het gebied werd in 1672 en in 1702 teruggewonnen door het wassende water maar beide keren weer drooggelegd. Rond de Bijlmermeer werd een ringsloot aangelegd en het landbouwgebied werd hersteld. In de jaren ’60 van de vorige eeuw werd het gebied bouwrijp gemaakt voor de 31 hoogbouwflats met de kenmerkende honingraatstructuur. ‘Een nieuwe stad voor de moderne mens’, luidde het motto destijds. Binnen 10 jaar bleken de sociale problemen echter zo groot dat de ‘Bijlmer’ het zorgenkindje van de gemeente werd. Anno 2014 zijn veel van de hoogbouwflats gesloopt en is Zuidoost leefbaarder dan ooit tevoren.

Vismogelijkheden:
De wateren in Zuidoost bevatten een rijk en gevarieerd bestand aan vissen. Van kleine baarsjes tot grote zeelten en van prachtige rietvoorns tot mooie karpers, alles zwemt er rond. Het oorspronkelijke polderwater is misschien wel één van de visrijkste gebieden in Amsterdam.

Bijzonderheden:
In Zuidoost is al jaren groot onderhoud gaande; de sloop van de flats en de herinrichting van de openbare ruimte heeft direct effect op de diverse sloten, poelen en waterlopen. Zo is het water in het Bijlmerpark aangesloten op de omliggende sierwateren en zijn veel overhangende bomen verwijderd. Dat maakt het water toegankelijker, maar de goede stekken minder snel te bepalen.

Conclusie:
De sierwateren in Zuidoost zijn een dagje vissen meer dan waard. Was het 20 jaar geleden misschien gevaarlijk in de Bijlmer, dat is nu verleden tijd. De Bijlmer bloeit en heeft prachtig water met dito vissen!

Witte boekje AHV pagina 14

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE APRIL 2014

Open Visplanner

26. Gemeentewateren Diemen

26. Gemeentewateren Diemen:

Geschiedenis:
Diemen ontleent zijn naam aan het riviertje de Diem, dat in de middeleeuwen een verbinding vormde tussen de Bijlmermeer, de Gaasp en de Zuiderzee. Zo'n duizend jaar geleden werd het veenweidegebied ontgonnen en streken de eerste bewoners neer. Het gebied is tegenwoordig op te delen in Diemen en Diemen-Zuid, die laatste wijk is rond 1980 gebouwd.

Vismogelijkheden:
De wateren in Diemen kenmerken zich als typische sierwateren. Van smal tot breed maar bijna overal ondiep. Er is voor eenieder wat wils te beleven aan de waterkant en de wateren zijn met name voor kinderen geschikt om te leren vissen.

Bijzonderheden:
Vissen in Diemen is een belevenis op zich, veel proviand meenemen is niet nodig want de bakker of een supermarkt is nooit erg ver weg. Omdat er aardig veel mensen in een betrekkelijk klein gebied wonen moet de sportvisser rekening houden met andere recreanten en hondenbezitters.

Conclusie:
Het water in Diemen is uitermate geschikt voor de recreatieve visser, een vangst zal niet lang op zich laten wachten. Hele grote vissen zullen echter niet vaak gevangen worden.

Witte boekje AHV pagina 14

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE APRIL 2014

Open Visplanner

27. De Weespertrekvaart

27. De Weespertrekvaart:

Geschiedenis:
De Weespertrekvaart is in 1639 aangelegd, voor tweeënhalve stuiver kon je met de trekschuit naar Weesp. De Weespertrekvaart loopt van de Vecht in Weesp naar de Amstel in Amsterdam via Diemen. De voormalige trekvaart heeft een lengte van 11 kilometer. Tussen de Bijlmermeer en de Vecht maken de van oorsprong natuurlijke veenriviertjes de Gaasp en Smal Weesp deel uit van de Weespertrekvaart. Tussen Weesp en Driemond wordt de Weespertrekvaart doorsneden door het Amsterdam-Rijnkanaal (voorheen Merwedekanaal). De vaart wordt tegenwoordig voornamelijk gebruikt door beroepsvaart en de wat grotere pleziervaartuigen als doorgaande route.

Vismogelijkheden:
De Weespertrekvaart is op lange stukken monotoon en kaal. Grote delen zijn niet toegankelijk of moeilijk bereikbaar. Uit onderzoek is gebleken dat karpers de trekvaart gebruiken om te migreren tussen de Amstelboezem en de Diemen. Slepen op roofvis kan voor verrassingen zorgen, meldingen van grote aantallen baars en snoekbaars zijn bekend. Bij het vissen vanaf de kant op roofvis, is het zaak vooral goed de schaarse, afwijkende plekken nauwkeurig af te vissen.

Bijzonderheden:
In de nabijheid van bruggen en dukdalven zijn vaak concentraties witvis te vinden, veelal houdt de roofvis zich hier ook op. Houd bij het vissen tegen de overkant rekening met langsvarende boten. Het gebruik van toplood bij de karpervisserij is aan te bevelen.

Conclusie:
De Weespertrekvaart is een snelweg voor vissen met hier en daar een ‘halte’. Weet je die te vinden dan kan er goed gevangen worden, vangstgarantie is er echter niet.

Witte boekje AHV pagina 14

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE APRIL 2014

Open Visplanner

28. Nieuwe Diep, AR-kanaal en de 3 Diemen

28. Nieuwe Diep, AR-kanaal en de 3 Diemen:

Geschiedenis:
Door een doorbraak van de Zuiderzee bij de Diemerzeedijk in 1422 ontstond het Nieuwe Diep. In 1651 bij de Sint-Pietersvloed was er een nieuwe doorbraak, waardoor via het Nieuwe Diep een deel van wat nu het Flevopark en de Indische buurt is, overstroomde. Door de aanleg van het toenmalige Merwedekanaal, dat in 1892 klaar was, is het meer in twee stukken gedeeld. Dit stuk van het kanaal maakt sinds 1952 deel uit van het Amsterdam-Rijnkanaal. Het Amsterdam-Rijnkanaal is een kanaal tussen Amsterdam en Tiel (van het IJ naar de Waal). Het verbindt de Amsterdamse haven met het Ruhrgebied (Duitsland) en is het drukst bevaren kanaal van de wereld. Het kanaal is 59 kilometer lang, 100 tot 270 meter breed en 6 tot 15 meter diep. De Diem bestaat uit drie delen, Eerste Diem van de Weespertrekvaart tot de spoorbaan, Tweede Diem vanaf de A1 tot het Amsterdam-Rijnkanaal en Derde Diem vanaf het kanaal tot bij Fort Diemerdam. De Eerste en Tweede Diem verbinden de Amstelboezem met de Vechtboezem.

Vismogelijkheden:
Vissen op het AR-kanaal is vrij specialistisch doordat het zeer druk bevaren wordt door grote binnenvaartschepen. Het Nieuwe Diep en de 3 Diemen zijn gekende snoek- en karperwateren. Vissen vanaf de kant kan echter niet op al teveel plaatsen.

Bijzonderheden:
Het Nieuwe Diep en de 3 Diemen worden jaarlijks afgevist door een beroepsvisser. Spiegelkarpers worden na langdurig overleg met de AHV gefotografeerd en teruggezet. Alle wateren onder punt 28 zijn ‘derdehengelwater’, deze vergunning is te verkrijgen bij de AHV.

Conclusie:
Alle wateren onder punt 28 vormen een uitdaging voor de geharde sportvisser die een dagje niets vangen graag voor lief neemt. Een unieke vangst is echter wel mogelijk, zowel voor karper als voor snoek.

Witte boekje AHV pagina 13 

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE APRIL 2014

Ga naar boven

Na het verschijnen van ons blad "vissen magazine" waarin aandacht wordt besteed aan de AHV wateren zal deze rubriek verder worden bijgewerkt . Volgende item; de wateren met nummer 29 tot en met 32. 

Open Visplanner

29. Kinselmeer, Napoleonsvaart en haven Durgerdam

29. Kinselmeer, Napoleonsvaart en haven Durgerdam:



Geschiedenis:
Het Kinselmeer is een meer aan de Uitdammerdijk
tussen Uitdam en Durgerdam, en is ontstaan tijdens
de Sint-Elisabethsvloed van 1421. Sinds 1913
liggen er rond het Kinselmeer vijf recreatieterreinen
met zomerhuisjes en één watersportvereniging.
In juni 2001 heeft stadsdeel Amsterdam-Noord besloten
Om te streven naar het legaliseren en handhaven van
alle zes terreinen. Belangrijk punt hierbij is het aansluiten
van deze terreinen op de riolering. Het Kinselmeer ligt in
een beschermd weidevogelgebied. Vroeger gingen veel
Amsterdammers niet op vakantie vanwege geldgebrek.
Als werd gevraagd waar ze hun vrije tijd doorbrachten,
gingen ze steevast naar ‘Lago di Kinsel en Dimant’
(Kinselmeer en Diemen). Het water is in de zomer-
maanden soms door blauwalg niet geschikt als zwem
en viswater. De Napoleonsvaart (Goudriaankanaal)
is een nooit afgemaakte vaart tussen Durgerdam en
Marken, ooit bedoeld als strategische verbinding
tussen Amsterdam en Marken. De werkzaamheden
werden in 1828 gestaakt. De Napoleonsvaart
staat in verbinding met het Kinselmeer. De haven van
Durgerdam staat in verbinding met het Buiten-IJ.

Vismogelijkheden:
Het Kinselmeer en de Napoleonsvaart bieden vol-
doende vismogelijkheden voor zowel de wit-, roof
als karpervisser. Niet alle oevers van het Kinselmeer
zijn vrij toegankelijk, de oostzijde, aan de kant van de
Uitdammerdijk, is het best bereikbaar.

Bijzonderheden:
Het Kinselmeer is een ‘derdehengelwater’, deze
vergunning is te verkrijgen bij de AHV.  
Op het Kinselmeer worden met enige regelmaat spiegel-
Karpers uitgezet in het kader van het Amsterdamse
spiegelkarperproject.

Conclusie:
De hierboven omschreven wateren vormen van oudsher
een recreatieve uitval voor Amsterdammers die graag een
hengeltje uitgooien. Met de wetenschap dat de kans op een
grote vis bestaat, zal dat voorlopig wel zo blijven.

Witte boekje AHV pagina 14

PUBLICATIE VISSEN-MAGAZINE SEPTEMBER 2014

Open Visplanner

30. Volgermeerpolder

30. Volgermeerpolder:

Geschiedenis:

De Volgermeerpolder ligt ten noorden van
Amsterdam en heeft jarenlang de bedenkelijke titel
 ‘de grootste en meest vervuilde plaats van
Nederland’ gedragen. In de jaren ‘60 werden er 
door meerdere chemische bedrijven, waarvan
het grootste Philips-Duphar was, tienduizenden 
vaten gif gedumpt met oogluikende toestemming
van Amsterdamse ambtenaren. In maart 1980 
werd het eerste gifvat bij toeval ontdekt door iemand die
er werkte. Omdat het terrein te groot is voor een 
algehele bodemsanering stelde het Ministerie van
VROM in 1998 voor om de voormalige stortplaats af te 
dekken met folie en daar bovenop grond van elders aan 
te brengen. In 2006 is daadwerkelijk met de inkapseling
begonnen. Tegenwoordig is de Volgermeerpolder een 
natuurgebied.
Vismogelijkheden:
De meeste vissoorten zwemmen rond in de wateren van 
de Volgermeerpolder, niet alle oevers zijn echter even
goed bereikbaar.
Bijzonderheden:
Door de geschiedenis van de Volgermeerpolder is
het geen populaire vislocatie. Niet veel leden van de 
AHV werpen er een hengeltje uit. In de wijde omgeving 
is voldoende ander viswater beschikbaar.
Conclusie:
De Volgermeerpolder is een ‘bijzonder’ water. Stel je
van tevoren op de hoogte van de regels die ter plaatse 
op borden staan.

Witte boekje pagina 14

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE SEPTEMBER 2014

Open Visplanner

31. Purmerlandpolder

31. Purmerlandpolder:

Geschiedenis: 

De Purmerlandpolder is het gebied dat ten zuiden ligt 
van Purmerend. Het dorpje Purmerland vormt het
centrum van de polder. Hoewel de tegenwoordige 
grootte het niet zou doen vermoeden, was 
Purmerland ooit een belangrijke plaats. De man die 
centraal in het licht op de Nachtwacht van Rembrandt 
staat is Frans Banning Cocq. Hij was burgemeester 
van Amsterdam, Heer van Purmerland en Ilpendam en 
kasteelheer van Ilpenstein. Deze plaatsen waren in de 
Gouden Eeuw de graanschuur van Amsterdam, omdat 
er vruchtbare grond ter beschikking was door het 
ontwateren van het veen. Door dat ontwateren klonk
het veen sterk in, totdat het op het laagwaterniveau van 
de Zuiderzee terecht kwam. Dit luidde dan ook het
verval voor Purmerland in.
Vismogelijkheden:
De Purmerlandpolder is een typisch poldergebied
dat vele mogelijkheden biedt aan de actieve 
sportvisser. Vliegvissen op snoek en voorn is hier 
goed mogelijk. Ook snoekbaars, brasem en karper zijn 
goed vertegenwoordigd.
Bijzonderheden: 
Voor het betreden van een poldergebied is het
altijd verstandig om eerst uit te zoeken wie de 
landeigenaar of pachter van het land is. Recht van 
overpad gaat niet overal op. Verstoor geen broedende 
weidevogels en laat natuurlijk geen rommel achter.
Conclusie:
Nederland is een polderland.
Op een vroege ochtend struinen met een lichte 
vlokhengel, een vliegenlat of gewoon een
vaste hengel kan leiden tot mooie resultaten en in 
ieder geval een frisse neus.

Witte boekje pagina 14

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE SEPTEMBER 2014

Open Visplanner

32. Noorder IJplas

32. Noorder IJplas:

Geschiedenis:
De Noorder IJplas is een zandwinplas met een
oppervlakte van 65 hectare. In de jaren ‘70 en ‘80 van de vorige
eeuw is de plas ontstaan. Ten behoeve van de aanleg van de
ringweg A10 is er op grote schaal zand gewonnen. Daarna is het
gebied jaren met rust gelaten en kon de natuur zijn gang gaan. De
afgelopen jaren is er sprake van ‘verondieping’. Met schone grond
wordt de bodem ‘opgehoogd’ om een verbetering van de waterkwaliteit
te bewerkstelligen.
Vismogelijkheden:
De vismogelijkheden zijn legio. Vrijwel iedere vissoort komt voor en soms in
bijzondere formaten. De Noorder IJplas is bepaald geen makkelijk
water. Karpervissers beleven meer visloze dagen dan andersom.
Opvallend is het zeeltbestand, vangstberichten van meerdere
grote zeelten per dag bereiken de AHV met enige regelmaat.
Bijzonderheden:
De Noorder IJplas is een ‘derdehengelwater’, deze vergunning is te verkrijgen
bij de AHV. Let op met parkeren, fout geparkeerde auto’s krijgen
zonder pardon direct een bekeuring.
Conclusie:
De Noorder IJplas is een prachtig water met een mooi visbestand.
Het is echter geen water waar je ‘eventjes’ een vis gaat vangen.
De kans op een grote snoek of karper is reëel, maar bepaald niet
vanzelfsprekend.

Witte boekje pagina 14


PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE SEPTEMBER 2014

Open Visplanner

33. Wateren stadsdeel Amsterdam Noord

33. Wateren stadsdeel Amsterdam Noord:

Geschiedenis:
De historie van Amsterdam-Noord begint in 1393
wanneer de stad Amsterdam zeggenschap krijgt
over het toenmalige schiereilandje ‘Volewijck’. In
de eeuwen die volgden groeide de bedrijvigheid,
maar pas halverwege de 19e eeuw werd er land
‘geplempt’ waardoor de Buiksloterham en de
Nieuwendammerham ontstonden. Na de opening
Van het Noordzeekanaal in 1876 kreeg
Amsterdam dringend behoefte aan terreinen voor
zware industrie. Bekende bedrijven als Draka,
Kromhout, Shell, Fokker en natuurlijk de ADM en
de NDSM, vestigden zich hier. De bebouwing juist
achter de noordelijke IJ-oever wordt ook wel
‘tuindorpbouw’ genoemd. Deze tuindorpen
kenmerken zich door lage eengezinswoningen met
een tuin aan beide zijden. Een ander aspect van de
tuindorpen is het vele groen en het uitgebreide
slotenstelsel. Het stelsel tussen zijkanaal I en het
Noordhollandsch kanaal staat hiermee in verbinding.
Het stelsel ten oosten van het Noordhollandsch
kanaal staat in verbinding met de poldersloten van
landelijk Noord.
Vismogelijkheden:
De wateren in Amsterdam-Noord hebben nog het
meeste weg van een polder met bebouwing. De
sloten, en een enkele vijver, zijn veelal ondiep en
hebben een modderige bodem. De visstand is
goed te noemen. Roofvissers kunnen tijdens het
snoeken met hun neus in de boter vallen,
vangsten van zeer grote snoeken zijn bekend, het
merendeel is echter klein. De karpervisser kan veel
plezier beleven wanneer hij met de penhengel op
pad gaat. De bredere delen worden ook door
afstandsvissers belaagd. Houd bij het vissen
met vast lood wel rekening met de modderige
bodem; lange onderlijnen en bijvoorbeeld het
chodsysteem kunnen uitkomst bieden.
Bijzonderheden:
In de wateren van Amsterdam-Noord hebben
diverse spiegelkarperuitzettingen plaatsgevonden.
In het westelijke deel zijn de vissen uitgezet in het
bekende TOB-meertje, aan de westzijde in de
Schellingwouderbreek. Overigens is door terug
Meldingen gebleken dat de vissen zich over het
gehele gebied verspreiden.
Conclusie:
De wateren in Amsterdam-Noord zijn goed
bereikbaar en de visstand is prima, er zwemt
veel kleine vis, maar de kans op een joekel is
zeker aanwezig.

Witte boekje pagina 15

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE DECEMBER 2014

Open Visplanner

34A. Wateren centrum Amsterdam

34A. Wateren centrum Amsterdam:

Geschiedenis:
De historie van het centrum van het huidige Amsterdam
begint rond het jaar 1000. Het toen moerassige gebied
werd ontgonnen, hierdoor dreigde er wateroverlast en
werden er dijken aangelegd en werd er in de 13e eeuw
een dam in de Amstel geplaatst. In de 17e eeuw werd
de karakteristieke grachtengordel aangelegd voor de
gegoede burgerij, de grachten fungeerden als transport
routes en als open riool. Tegenwoordig zijn de grachten
schoon te noemen, zo schoon zelfs dat Waternet in 2010
besloot om te stoppen met het doorspoelen van de grachten
met water uit het IJ en het IJmeer. Wat blijft is het grove
vuil; fietsen, winkelwagentjes, bankstellen en allerlei
huishoudelijke apparatuur die op de bodem liggen te
wachten totdat de grote grijper van de gemeente het
verwijderd. Jaarlijks wordt er zo’n 550 ton aan grof vuil
geborgen en afgevoerd.
Vismogelijkheden:
De vismogelijkheden in de grachten zijn legio. De visstand
is zeer goed te noemen. ‘Een wormpie zwemles geven’,
staat garant voor het vangen van bijna alle soorten vis.
Opvallend zijn de grote baarzen, de windes en het goede
karperbestand.
Bijzonderheden:
Vissen in het centrum van Amsterdam is een belevenis
op zich. Even rustig bijkomen na een dag hard werken is
echter niet aan de orde; aanspraak door buurtbewoners,
toeristen en ander volk is eerder regel dan uitzondering.
Houd er rekening mee dat er bij de vangst van een grote
vis direct een volkstoeloop ontstaat.
Conclusie:
De grachten van Amsterdam zijn uniek, niet alleen door de
geschiedenis en de algehele uitstraling, vooral ook door de
onderwaterwereld. Het grootste probleem dat zich voor doet
is ‘vast zitten’, neem dus voldoende reservemateriaal mee.

Witte boekje pagina 15

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE DECEMBER 2014

Open Visplanner

34B. Het IJ

34B. Het IJ:

Geschiedenis:
Het IJ vindt zijn oorsprong als baai van de Zuiderzee.
De naam stamt af van het Franse woord voor water
‘eau’. In de Middeleeuwen werden er dijken langs
de IJ-oevers aangelegd en in 1876 werd het IJ middels
het Noordzeekanaal verbonden met de Noordzee.
Vismogelijkheden:
Het IJ is een uniek viswater van internationale allure.
Ieder jaar vormt het IJ het decor voor één van de
wedstrijden van de NKS-competitie, het Nederlands
Kampioenschap Snoekbaarsvissen. Het IJ en het
Noordzeekanaal staan bekend om de uitstekende
snoekbaarsstand. Iedere Nederlandse zoetwatervis is
te vangen in het IJ, maar door de zeer intensieve
scheepvaart is het lang niet altijd eenvoudig.
Bijzonderheden:
Snoekbaarsvissers traileren hun visbootjes vooral
aan de noordzijde van het IJ bij de helling aan de
T.T. Vasumweg. Er wordt streng gecontroleerd op
overtredingen! Het invaren van havens is verboden.
Het is tegenwoordig wettelijk verplicht zoveel mogelijk
rechts te varen en het ‘drijven’ voor haven ingangen is
niet toegestaan.
Conclusie:
Het IJ is een uitdaging voor iedere visser. Kantvissers
zoeken het best een luw hoekje op, die zijn er voldoende.
Bootvissers kunnen echt grote aantallen vangen, houd
wel de regels en vooral het overige bootverkeer goed in
de gaten!


Witte boekje pagina 15

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE DECEMBER 2014

Open Visplanner

35. Wateren stadsdeel Amsterdam Oost

35. Wateren stadsdeel Amsterdam Oost:

Geschiedenis:
De bouw van de Indische buurt, grenzend aan de
Dapperbuurt, kwam rond 1900 op gang onder invloed
van de sterke bevolkingsgroei. De Watergraafsmeer is
van oorsprong een polder. De bouw van IJburg is in
2002 gestart en het binnenwater is dus relatief nieuw.
De wateren in het Oostelijk Havengebied zijn vergelijkbaar
met die van het IJ, zie nummer 34B.
Vismogelijkheden:
De vismogelijkheden in de Indische- en Dapperbuurt zijn
beperkt, het lozingskanaal langs het Zeeburgerpad biedt
wel wat mogelijkheden. De Transvaalkade, die over loopt
in de Valentijnkade en uitmondt in het Nieuwe Diep is
interessanter. Mooie rietvoorns zijn hier geen zeldzaamheid
en ook de roofvis- en karperstand is goed te noemen.
De wateren in de Watergraafsmeer zijn redelijk ondiep en
bulken van veelal kleine vis. Een oud karperbestand zwemt
er rondjes. In de afgelopen decennia heeft er een paar keer
een geslaagde paai plaatsgevonden wat resulteert in
zogenaamde wildbroed-schubs. In 2013 is er een kleine
spiegelkarperuitzetting geweest om het bestand te
variëren.
Bijzonderheden:
Voor het Oosterpark kunnen Amsterdammers van 65 jaar
en ouder een speciale parkvergunning aanvragen bij de AHV.
Conclusie:
De wateren in stadsdeel Oost zijn divers en moeilijk onder
één kopje te vatten, het beste advies luidt dan ook: stap op
de fiets en ga lekker vissen!

Witte boekje pagina 15

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE DECEMBER 2014

Open Visplanner

36. Wateren stadsdeel Amsterdam Zuid

36. Wateren stadsdeel Amsterdam Zuid:

Geschiedenis:
De Pijp ligt ten zuiden van het Centrum, tussen de
Boerenwetering in het westen en de Amstel in het
oosten, en tussen de Singelgracht in het noorden en
het Amstelkanaal in het zuiden. In de 19e eeuw werd
dit gebied, toen nog poldergebied, anderhalve meter
verhoogd en werd in het kader van stadsuitbreiding,
ten gevolge van de bevolkingsexplosie, goedkope
‘revolutiebouw’ gedaan. De enige plek in de Pijp die
niet verhoogd is, is het Sarphatipark. Dat is ook van-
daag nog duidelijk te zien. De Schinkel is een kleine
gekanaliseerde rivier die loopt van de Overtoomse
Sluis naar de Nieuwe Meer. In de Middeleeuwen is in
het verlengde van de Schinkel de Kostverlorenvaart
gegraven in de richting van het IJ. In de 19e eeuw is
via de Kattensloot, Singelgracht en het Westerkanaal
de verbinding met het IJ gemaakt en daarmee een
vaarweg gerealiseerd tussen de Nieuwe Meer en het IJ.
Buitenveldert; destijds de ‘Binnendijksche Buitenveldertse
Polder’ genaamd, behoorde sinds de Middeleeuwen tot
het Amstelland, later gemeente Nieuwer-Amstel. Dit deel
van Nieuwer-Amstel werd in 1921 bij de Gemeente
Amsterdam gevoegd, waarbij de Kalfjeslaan de zuidelijke
gemeentegrens werd.
Vismogelijkheden:
De wateren in de Pijp en de Schinkelbuurt maken deel uit
van de Amstelboezem (Amsterdam, de diepte in nummer 20,
VISSEN magazine december 2013). Net als op de Amstel
is de visstand goed, zo’n beetje iedere, bekende vissoort is
ruim vertegenwoordigd. Vissend op de grachten en kanalen
kan je rekenen op veel belangstelling van buurtbewoners en
voorbijgangers. Houd vooral bij bruggen rekening met groot
afval zoals fietsen. Buitenveldert is een heel ander verhaal.
De wateren aldaar zijn niet erg diep, relatief breed en beroeps-
Vaart is er niet. In Buitenveldert is het goed vissen op snoek
Met ondiep lopend kunstaas, op zeelt en karper met de dobber
en zelfs vliegvissen op voorn behoort tot de mogelijkheden.
Bijzonderheden:
65 jarige of oudere Amsterdammers kunnen voor slechts
€ 1,50 een parkvergunning verkrijgen aan het kantoor aan de
Beethovenstraat om in het Sarphatipark te mogen vissen.
Conclusie:
De mogelijkheden in Amsterdam-Zuid zijn legio; vissend aan
de grachten en kanalen op alles dat voorbij zwemt of gericht
op één bepaalde vissoort in de vaak heldere vaarten en sloten
van Buitenveldert


Witte boekje pagina 15

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE FEBRUARI 2015

Open Visplanner

37.Wateren Stadsdeel Amsterdam West

37.Wateren Stadsdeel Amsterdam West:

Geschiedenis:
Eind 19e eeuw werd er in het kader van stadsuitbreiding
begonnen met de bouw van huizen ten westen van de
Singelgracht. In de laatste decennia is Amsterdam-West
vooral negatief in het nieuws gekomen; de krakersrellen
en de drugsoverlast in de Staatsliedenbuurt in de jaren
’80 én de uitverkiezing in 2009 van de Kolenkitbuurt als
‘ergste probleemwijk in Nederland’ als dieptepunten.
De laatste jaren hebben beide buurten een enorme
gedaanteverwisseling ondergaan en is het allemaal veel
rustiger en plezieriger geworden.
Vismogelijkheden:
De wateren in Amsterdam-West maken grotendeels deel
uit van de Amstelboezem. De belangrijke waterverbinding
tussen het IJ en de Nieuwe Meer loopt dwars door dit
stadsdeel. Hoe dichter je bij het IJ komt, des te groter is
de kans op ‘bijzondere’ vangsten. Vissend op baars zou je
dan zo maar een mooie winde of een bot kunnen vangen.
Harders zijn zelfs al verder de stad in waargenomen; in
2014 werd er door een AHV-lid een school van ruim
10 vissen in het water van de Postjeskade gezien!
Het Rembrandtpark maakt deel uit van een ander systeem,
het staat in verbinding met de Sloterplas. Voorheen was er
ook een verbinding naar de Sloterplas via de zuidzijde,
helaas bestaat die niet meer. Dit laatste heeft negatieve
consequenties gehad voor de intrek van paairijpe Sloterplas-
karpers.
Bijzonderheden:
Net als op alle wateren die in verbinding staan met de Amstel
en het IJ, kan je in Amsterdam-West iedere vis aan het eind
van je lijn verwachten. Enorme brasems, grote snoeken, maar
ook ruisvoorns en zelfs zeelt. Zwartbekgrondels zijn sterk
vertegenwoordigd, het aantal neemt kwadratisch toe naarmate
je dichter bij het IJ komt. Vissen met een shadje of een dode
spiering onder de pen, kan prachtige baarzen en snoekbaarzen
opleveren. De vijver in het Westerpark mag door 65-plussers
bevist worden die in het bezit zijn van een parkvergunning.
Conclusie:
De wateren in Amsterdam-West bieden vele mogelijkheden,
houd rekening met vastzitten want met name bij bruggen ligt
er vaak veel rotzooi op de bodem.



Witte boekje pagina 15

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE FEBRUARI 2015

Open Visplanner

38. Wateren Stadsdeel Amsterdam Nieuw West

38. Wateren Stadsdeel Amsterdam Nieuw West:

Geschiedenis:
De westelijke tuinsteden werden in het kader van
stadsuitbreiding gebouwd direct na de Tweede
Wereldoorlog. De wateren in Nieuwwest zijn
Grofweg onder te verdelen in wateren die in directe
Verbinding staan met de Sloterplas en afgesloten
systemen in woonwijken met een polderachtig karak-
ter.
Vismogelijkheden:
De Plesmanlaan is, op de Sloterplas na, wellicht het
bekendste water in dit stadsdeel. Het hele jaar door
kan hier op (grote) karpers worden gevist. Andere
vissoorten zijn ook ruim vertegenwoordigd. De
wateren in Nieuw-Sloten en de Aker bevatten een
mooi bestand aan zeelt, kleine schubkarper en
kroeskarper.
Bijzonderheden:
De ondiepe wateren in Nieuw-Sloten bieden veel
mogelijkheden voor jeugdige vissers. Vissers die op
zoek zijn naar een grote kroeskarper kunnen hier ook
gerust hun dobbertje laten zakken.
Conclusie:
Vissen in de westelijke tuinsteden biedt voor eenieder
wat wils; zowel de recreatieve visser als de doorge-
winterde ‘specimenhunter’ kan hier zijn lol op.



Witte boekje pagina 15

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE FEBRUARI 2015

Open Visplanner

39. De Sloterplas tot aan de eerste bruggen

39. De Sloterplas tot aan de eerste bruggen:

Geschiedenis:
De Sloterplas ligt in het midden van de westelijke
tuinsteden in Amsterdam. De plas werd gegraven
tussen 1948 en 1956 en is circa 30 meter diep.
Het gewonnen zand is gebruikt voor ophoging van
het omliggende gebied voor de nieuw te bouwen
tuinsteden Slotermeer, Geuzenveld, Slotervaart en
Osdorp.
Vismogelijkheden:
De Sloterplas is een viswater van internationale
allure en met stip Neerlands bekendste karperwater.
Het is gelegen in het Sloterpark dat met name in de
zomer druk gebruikt wordt door recreanten. De
Sloterplas bevat een indrukwekkend bestand aan (zeer)
Grote karpers die overigens niet makkelijk te vangen
zijn. Het bestand wordt tweejaarlijks aangevuld met
uitzetspiegelkarpers en edelschubkarpers. Ook de roof-
en witvisstand is goed te noemen, ook hier is de vangst
van een groot exemplaar prima mogelijk.
Bijzonderheden:
De Sloterplas is een ‘derdehengelwater’, deze vergun-
ning is te verkrijgen bij de AHV. Voorts gelden er bijzon-
dere bepalingen, deze zijn te vinden in het witte boekje
op pagina 16.
Conclusie:
Op de Sloterplas is het mogelijk de vis van je leven te
vangen. Het is echter niet ondenkbaar dat je een week
niets vangt, met name de karpers kennen het klappen
van de zweep…


Witte boekje pagina 15 & 16

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE FEBRUARI 2015

Open Visplanner

40. Wateren Westpoortgebied Amsterdam

40. Wateren Westpoortgebied Amsterdam:

Geschiedenis:
In de 13e eeuw werd op de natuurlijke scheiding
van land en water (het IJ) een dijk opgeworpen.
Tot de aanleg van de Haarlemmervaart in de 17e
eeuw, vormde deze dijk de belangrijkste route
tussen Amsterdam en Haarlem. In 1839 werd er
een spoorlijn aangelegd tussen Amsterdam en
Haarlem en verloor de trekvaart zijn functie. In de
jaren zestig van de 20e eeuw werd het Westelijk
Havengebied in de IJpolder aangelegd. Het oor-
spronkelijke landschap, inclusief de Spaarndam-
merdijk, verdween onder het ophoogzand.
Vismogelijkheden:
Vissen in Westpoort is op veel plekken niet toe-
gestaan. Zo zijn de Oude Houthaven, Vlothaven,
Petroleumhaven, Jan van Riebeeckhaven,
Usselincxhaven, Carel Reiniershaven, Amerika-
haven, Australiëhaven, Aziëhaven en de voorboe-
zem van het oude lozingskanaal absoluut taboe
voor sportvissers. Toch zijn er vismogelijkheden.
Zijkanaal F staat aan de boezemzijde in directe
verbinding met de Haarlemmer Ringvaart en aan
de andere kant van het gemaal met het Noordzee-
kanaal. Aan de ‘zoute’ kant kan het soms goed
vissen op baars en snoekbaars zijn. Aan de binnen-
zijde bestaat er een gerede kans op karper en snoek.
In Westpoort zijn vele slootjes en meertjes te vinden.
Deze staan bijna allemaal met elkaar in verbinding.
In deze watertjes zwemt ook vis, van alles wat;
karpertjes, snoekjes, voorns, baars en brasem. Niet
heel groot, wel leuk!
Bijzonderheden:
Blijf weg van de verboden havens, er wordt een
zero tolerance beleid gehanteerd en bij overtreding
wordt er direct een bekeuring uitgeschreven.
Conclusie:
De wateren in Westpoort zijn niet de meest aantrek-
kelijke voor de Amsterdamse sportvisser. Het meeste
water is ontoegankelijk en het is altijd een drukte van
belang in het gebied.


Witte boekje pagina 16

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE APRIL 2015

Open Visplanner

41.Water Nieuwe Houthaven

41.Water Nieuwe Houthaven:

Geschiedenis:
De Houthaven werd gegraven in 1876, gelijk met de
aanleg van het Noordzeekanaal, voor het overslaan en
opslaan van hout. Het was de eerste gegraven haven
van Amsterdam. De Oude Houthaven heeft drie steigers,
waarvan steiger A gebruikt wordt door voormalige schip-
pers en steiger B en C door de beroepsvaart.
Vismogelijkheden:
Vissen in de Oude Houthaven is niet toegestaan. Vissen
in de Nieuwe Houthaven is vooral vanaf een bootje goed
te doen. Verticalend met shads en firelballs worden er
vaak mooie aantallen baars en (kleine) snoekbaars gevang-
en. Vissend vanaf de kant moet er rekening gehouden
worden met grote stenen die veel materiaalverlies kunnen
betekenen.
Bijzonderheden:
Het gebied ten zuiden van de Houthavens is sterk in ont-
wikkeling, het is een gezellige en drukke buurt waar gewerkt,
gewoond, gespeeld en naar school gegaan wordt. Vissend
vanaf de kant, met uitzicht op het IJ, levert niet altijd de
beste resultaten op, maar zeer zeker wel een gevoel van
vrijheid.
Conclusie:
De Nieuwe Houthaven is een ruig water met veel obstakels
aan de kant. Ondanks dit alles is het zeker de moeite waard
om er eens een lijntje nat te maken. De kans op een baars
van een halve meter is heel realistisch



Witte boekje pagina 16

PUBLICATIE VISSEN MAGAZINE APRIL 2015

Open Visplanner